SL-Laesie

SL-lesie

Wat is een SL-lesie?
Het scapholunaire ligament (SL) is een belangrijk ligament (band) voor de pols. De SL bevindt zich tussen het Scaphoid (scheepvormig beentje) en het Lunatum (maanvormig beentje), dit zijn twee handwortelbeentjes. Het scapholunaire ligament kan scheuren, men spreekt van een SL-lesie wanneer dit ligament gescheurd is. Door deze scheur kunnen de polsbeentjes abnormaal bewegen waardoor een instabiele pols (carpale instabiliteit) ontstaat. Het kantelen van het scaphoid (naar voren) en het Lanatum (naar achteren) vormt instabiliteit van de pols. De twee beentjes bewegen ook uit elkaar. Deze beweging kan voor een versnelde slijtage van de pols zorgen, het is dus van belang om de gescheurde band snel te repareren of te reconstrueren.

 Wat zijn de oorzaken van een SL-lesie?
Een SL-lesie kan ontstaan door een val op de gestrekte pols. In enkele gevallen is er bij een gebroken pols ook sprake van een gescheurde SL band. Hierbij gaat vaak onterecht alle aandacht naar de breuk, omdat deze duidelijk zichtbaar is op een röntgenfoto. Een SL-lesie is niet direct zichtbaar op een röntgenfoto. 


Klachten en symptomen

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Pijn is bij een SL-lesie een van de meest voorkomende symptomen. De pijn bevindt zich ter hoogte van het Scraphoid. Vooral bij opdrukken, wringen en (zwaar) belasten van de pols ervaart men pijn. Daarnaast is er vaak een hoor- en voelbare ‘klik’ in de pols aanwezig.


Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De diagnose wordt door een orthopedisch chirurg gesteld aan de hand van testen en onderzoeken. Uw medische geschiedenis en uw klachten worden altijd bekeken en meegenomen.    

Welke onderzoeken worden gedaan?
De orthopedisch chirurg voert lichamelijk onderzoek uit. Onder andere wordt de Watsontest uitgevoerd, hierbij wordt de pols op een bepaalde manier gebogen. Daarnaast wordt er een röntgenfoto gemaakt terwijl u in een handdoek knijpt en kan er een MRI-scan gedaan worden. Helaas geeft geen van deze onderzoeken in alle gevallen zekerheid. Meestal wordt daarom besloten om een kijkoperatie uit te voeren. Tijdens deze kijkoperatie kan de SL goed beoordeeld worden.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Het is niet mogelijk om letsel dat door een SL lesie ontstaan is op een conservatieve wijze te behandelen. 


Operatieve behandeling

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren pols wordt meestal verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade). Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok toegediend via een infuusnaald in uw arm. De verdoving verspreidt zich door uw gehele arm, maar niet verder. Dit komt doordat de bloedvoorziening van de arm tijdelijk wordt afgesloten door een speciale opgeblazen band rond de arm. 

Tijdens de operatie
Er zijn verschillende operatieve behandelingen mogelijk:

  • Hechten: Binnen korte tijd na het ontstaan van een SL lesie kan de band (het ligament) nog worden gehecht. In de meeste gevallen kan het ligament met botankers aan het scaphoideum (of lunatum) worden bevestigd. 

  • Brunelli plastiek: Wanneer er na het ontstaan van het letsel enkele weken verstreken zijn dan kan het ligament niet meer gehecht worden. Ook wanneer de scheur in het ligament halverwege gescheurd is, is hechten niet meer mogelijk. In deze gevallen wordt met behulp van een buigpees van de pols de band gereconstrueerd. Deze reconstructie van het ligament wordt een Brunelli plastiek genoemd. Wanneer er sprake is van artrose in de pols dan is een Brunelli plastiek niet mogelijk. In deze gevallen zijn de volgende behandelingen  mogelijk:

  • Four corner arthrodese: Hierbij wordt het Scaphoid verwijderd en worden vier verschillende handwortelbeentjes met elkaar verbonden.

  • Proximale rijcarpectomie (PRC): Hierbij wordt de eerste rij handwortelbeentjes verwijderd.


Hechtingen
De wond wordt altijd gehecht met oplosbare hechtingen en/of met kleine hechtpleisters die op de huid worden geplakt. Na 14 dagen volgt een wondcontrole op de gipskamer, eventuele pleisters worden dan verwijderd.

Na de operatie
Opnameduur
Voor een operatie aan een SL lesie blijft u in principe één nacht in het ziekenhuis, de opname is op de dag van de operatie.

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er nadien soms complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn:
-    Een nabloeding bij de pols.
-    Een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie. In sommige gevallen wordt de wond gespoeld.
-    Schade door de operatie aan structuren rond de pols, zoals pezen, zenuwen of bloedvaten; dit is echter zeer zeldzaam. 
-    Bij een artrodese bestaat er een kans dat het bot niet vastgroeit. 
-    Bij een artroplastiek kan de pols aan kracht verliezen en een prothese kan losraken.
-    Er is een kleine kans op het ontwikkelen van koude intolerantie en dystrofie.

Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien:
-    Er sprake is van een bloeding die niet stopt nadat u er 10 minuten tegenaan hebt gedrukt;
-    U heftige pijn hebt die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
-    Er een infectie ontstaat van de wond die zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
-    Er een abnormale zwelling of koorts ontstaat;
-    Het gevoel en de beweeglijkheid in uw vingers, arm en schouder na 24 uur nog niet volledig terug is. De pijnblokkade die u gekregen hebt duurt maximaal 24 uur, daarna moet alles weer normaal functioneren.

U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370. 
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.