Verdovingsmiddelen bij een ruggenprik

Vaak wordt gekozen voor een locoregionale verdoving. Dit omdat algehele narcose zeker niet zonder nadelen is. Het kan prettig zijn om bij een arthroscopie van de knie mee te kijken of bijvoorbeeld minder misselijk te zijn. Het is een keuze die u samen met uw anesthesioloog bij de preoperatieve screening maakt.

Verdovingsmiddelen kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. Eén daarvan is die naar werkingsduur. 

U zult zich kunnen voorstellen dat voor een korte ingreep, als een kijkoperatie van de knie, we onze keuze laten vallen op een kortwerkend middel. 

Het lastige is dat de twee kortwerkende middelen (het weer op de benen kunnen staan na ca 1,5 uur) zoals chloroprocaine en articaine voor een ruggenprik in Nederland nog niet zijn geregistreerd (als laatste land in Europa is de verwachting medio 2017). Het wat langer werkende middel lidocaine zou een alternatief kunnen zijn, echter deze kent relatief veel bijwerkingen. Een voorbijgaand pijnsyndroom (TNS) in bilstreek en achterzijde benen en het niet volledig uit kunnen plassen van de blaas (blaasretentie) zou kunnen optreden. Articaïne is gezien de lastige productie feitelijk bij ons uit beeld. 

Chloroprocaine, welke dateert uit 1949,  is in het verleden voor langere tijd in onbruik geraakt door zenuwverschijnselen te wijten aan een conserveringsmiddel(onder de merknaam Nescaine). De laatste jaren (vanaf 2009) is het door zijn gunstige kenmerken, en het niet meer toevoegen van het conserveringsmiddel, wereldwijd in opkomst met name voor operaties aan de onderste extremiteiten in dagbehandeling. De  conserveringsmiddel vrije oplossing, is onder de merknaam Ampress in gebruik (een Artikel).

Het Orthopedisch Centrum Oost Nederland OCON is sedert januari 2010 hier structureel voor de korte ingrepen ook gebruik van gaan maken. Inmiddels zijn hier ruim 12.000 mensen mee geholpen. Binnen ons centrum gebruiken we het dan ook zoals dat heet 'off label'. Tot registratie in 2017 wordt door uw anesthesioloog een ‘Artsenverklaring’ ingevuld ten behoeve van de Inspectie Volksgezondheid (IGZ). Uiteraard kunt u om aanvullende informatie vragen, als ook aangeven in uw geval het gebruik van dit middel af te zien.

Van dit middel valt op te merken dat hierbij zowel in onze kliniek als andere klinieken in de ons omringende landen het eerder genoemde pijnsyndroom nog niet is voorgekomen. Dit zelfde geldt voor blaasretentie. Op theoretische gronden kan ieder verdovingsmiddel deze bijwerkingen geven, maar moet in het geval van chloroprocaine toch als uiterst klein worden beschouwd. 

Zoals bij iedere spinale verdoving kan t.g.v. de inwerking van ongeacht welk verdovingsmiddel een bloeddrukverlaging optreden met misselijkheidsklachten of verandering van bewustzijn tot gevolg. Over het algemeen voelt de patiënt deze klachten zelf aankomen en is dit ook vlot en goed zonder verdere gevolgen te behandelen. 

Ook geldt voor iedere spinale verdoving dat het verdovingsblok hoger kan komen dan gewenst, zoals boven de tepellijn. De patiënt ervaart dan een gevoel dat hij of zij minder goed kan door ademen, terwijl het zuurstofgehalte over het algemeen normaal blijft. Ook de kracht of het gevoel in de armen zou in een dergelijk geval verminderd kunnen zijn. U zult begrijpen dat hoe korter de werking deze vervelende klachten ook eerder voorbij zullen zijn.

De gemiddelde werkingsduur van chloroprocaine is 1 uur en 30 min, waarbij na 45 minuten het gevoel en de kracht weer herstellende is. Veel patiënten ervaren de gevoelsverandering t.g.v. de verdoving als kietelig, maar niet als vervelend. De inwerking van 8 minuten wordt niet als bezwaar gezien doordat deze tijd wordt benut voor allerlei voorbereidingen voor uw operatie.

De complicaties door de prik zelf zijn ook niet anders dan bij de andere verdovingsmiddelen. De gebruikte naald is hiervoor mede verantwoordelijk. In de afgelopen decennia zien we dan ook door de afname in dikte en aanpassing van de vorm een enorme verbetering. Met de intrede van de naald met een zgn. penseelpunt i.p.v. een snijdende punt is het aantal gevallen met hoofdpijnklachten na een ruggenprik drastisch gedaald. Echter het aantal zal nooit nul zijn.

Een kortdurende zenuwscheut in een lichaamsdeel is veelal gerelateerd aan het ‘aantikken’ van een zenuwwortel. Vergelijkbare sensatie met die bij het stoten van de binnenzijde van de elleboog. De medische term hiervoor is paresthesie. Een veel voorkomende veronderstelling dat in het ruggenmerg kan worden geprikt is bij een onjuist, omdat deze anatomisch niet veel lager komt dan de laagste borstwervel op volwassen leeftijd.

Contra-geïndiceerd is gebruik van chloroprocaine bij overgevoeligheid voor verdovingsmiddelen met een zogenaamde ester structuur. Dan moet er uitgeweken worden naar een verdovingsmiddel met een amide structuur als lidocaïne, bupivacaïne, levobupivacaïne of prilocaïne.

Ondanks bovengenoemde onwenselijkheden kunnen we stellen dat anesthesie heden ten dage als relatief veilig te beschouwen is. Wij zijn echter niet in staat om de zweem van verhalen en mythen weg te nemen. Het is dan ook goed om bij twijfel in de preoperatieve fase de preoperatieve medewerker of anesthesioloog om uitleg te vragen. Binnen het OCON stellen we dat u niet met vragen of onzekerheden moet blijven zitten. 

Laatste update; oktober 2016