Aangeboren heupdysplasie

Wat is aangeboren heupdysplasie?
Heupdysplasie is een aangeboren afwijking aan het heupgewricht. Bij baby’s die geboren worden met heupdysplasie is het heupgewricht niet goed ontwikkeld. De heupkom is niet diep genoeg (zie figuur 1), waardoor de heupkop niet goed op haar plaats gehouden wordt: de heup kan makkelijk uit de kom schieten. Wanneer de heupkop vervolgens niet terugschiet naar de heupkom dan is er sprake van een heupluxatie bij de baby (heupontwrichting), zie figuur 2. Heupdysplasie is een van de meest voorkomende heupafwijkingen bij baby’s. Behandeling van de afwijking is noodzakelijk om toekomstige artrose (slijtage) aan het heupgewricht te voorkomen (zie figuur 1).















 

Figuur 1. Heupdysplasie


Figuur 2. Heupluxatie


Wat zijn de oorzaken van aangeboren heupdysplasie?
De oorzaak van aangeboren heupdysplasie is niet duidelijk. Er zijn wel enkele factoren die het risico op het ontstaan van heupdysplasie vergroten:
-    erfelijkheid
-    geslacht: meisjes worden vaker met de afwijking geboren dan jongens
-    de ligging van het kind in de baarmoeder: bij baby’s die in een stuit liggen komt heupdysplasie vaker voor.
Het dragen van de baby in een houding waarbij de heupen gespreid zijn is gunstig. Het gefixeerd gestrekt houden van de beentjes (bakeren) is niet aan te raden, hierdoor wordt het risico op een heupluxatie bij het kind groter.

Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Heupdysplasie is een aangeboren afwijking, al voor de geboorte ontstaat deze afwijking.

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Meestal is heupdysplasie niet pijnlijk. Een heupluxatie kan zichtbaar zijn als de baby met opgetrokken knieën ligt. De ene knie ligt dan lager dan de andere. Ook in spreidstand zijn de benen niet gelijk:
-    De spieren aan de kant van de heupdysplasie zijn meer gespannen;
-    Het been aan de kant van de heupdysplasie geeft meer huidplooien;
-    Het been aan de kant van de aandoening wordt stil gehouden.
-    Kinderen die al kunnen lopen waggelen door de aandoening.

Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
Elke baby wordt na de geboorte op heupdysplasie onderzocht op het consultatiebureau.

Welke onderzoeken worden gedaan?
Er wordt altijd een lichamelijk onderzoek gedaan naar de heupspreiding. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk wanneer er vermoed wordt dat er sprake is van heupdysplasie. Vanaf het moment dat de baby vier maanden oud is kunnen röntgenfoto’s gemaakt en beoordeeld worden. Voor die tijd kan men op een echo al wel een luxatie zien. Bij twijfel worden gewone foto’s gemaakt.

Meer informatie
Kijk voor meer informatie over heupdysplasie naar de websites van:
Dr. Minne Heeg: www.ganzosteotomie.nl
De Werkgroep Kinderorthopaedie Nederland (WKO): www.kinderorthopedie.nl
Orthopedie.nl (speciaal gericht op kinderorthopedie): www.kinderorthopedie.nl


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Heupdysplasie wordt in eerste instantie behandeld met een pavlik bandage spreidbroekje (figuur 3).

Figuur 3. Spreidbroekje

Behandeling van heupluxatie bij kinderen van 0-6 maanden oud
In deze leeftijdscategorie wordt de heupluxatie behandeld met een spreidbroekje of de Pavlik-bandage. Met behulp van lichamelijk onderzoek, een echo of röntgenfoto’s wordt gecontroleerd of de heup stabiel in de kom blijft. Lukt dit onvoldoende of is de heup te stijf of teveel beperkt, dan volgt een tractiebehandeling en vervolgens nabehandeling in een gipsbroek of spreidbroekje. 

Behandeling van heupluxatie bij kinderen van 6-18 maanden oud
Aansluitend aan de tractie volgt altijd een repositie en een gipsbroek. Onder narcose wordt dan getest of de heup goed in de kom zit en of deze stabiel is. Hierna wordt een contrastfoto van de heup gemaakt (arthrogram), waarbij met een dunne naald via de lies een geringe hoeveelheid contrast in het heupgewricht gespoten wordt. Door toevoeging van contrast kunnen de contouren van de heup veel beter zichtbaar gemaakt worden. Op deze manier kan beoordeeld worden of de heup daadwerkelijk goed in de kom zit en er niets tussen de kop en de kom zit. Na de repositie wordt dit nog eens in het gips gecontroleerd door middel van een CT scan.

Afhankelijk van de stijfheid van de heup, wordt een tractiebehandeling toegepast of volgt een directe operatie. Een tractiebehandeling houdt in dat uw kind wordt opgenomen, er wordt een rekverband aangelegd aan beide beentjes. De beentjes worden langzaam gespreid door middel van een systeem van katrollen die aan het bed bevestigd zijn. De behandeling is volstrekt pijnloos. Een tractiebehandeling is alleen zinvol wanneer er sprake is van een zeer stijf en beperkt heupgewricht. Wanneer het heupje namelijk onder die omstandigheden in een geforceerde stand wordt gedwongen, is er een grote kans dat doorbloedingsstoornissen van het heupgewricht ontstaan.

Behandeling van heupluxatie bij kinderen ouder dan 18 maanden
Bijna altijd wordt de heupluxatie eerder opgemerkt, maar heel af en toe wordt deze gemist, vooral wanneer deze beiderzijds aanwezig is. In dit geval is een behandeling met een spreidbroek niet meer zinvol en zal direct een operatie gepland worden onder narcose.

Operatieve behandeling

Wanneer de heup niet, of niet stabiel terug wil in de kom is soms een beperkte operatie nodig.

Voor de operatie
Anesthesie
Deze operatieve behandeling vindt plaats onder algehele narcose.

Tijdens de operatie
Tijdens de operatie wordt soms een spiertje in de lies via een klein litteken verlengd. Indien de heup nog steeds niet, of niet stabiel, teruggeplaatst kan worden in de kom is het noodzakelijk om een grotere operatie uit te voeren. Bij een grotere operatie wordt de heup operatief teruggeplaatst in de kom. Alles wat noodzakelijk is om de heup terug te krijgen in de kom en hem daarin te houden, wordt dan in één operatie verricht. Zo wordt het bindweefsel wat in de heupkom gegroeid is uit de kom verwijderd, wordt het gewrichtskapsel wat uitgerekt is gereefd en worden een aantal spiertjes rond het heupgewricht langer gemaakt.

Bij een operatie bij kinderen die ouder zijn dan 18 maanden zal, net als bij jongere kinderen, in eerste instantie geprobeerd worden de heupen tijdens een kleine ingreep terug te krijgen in de kom. Bij oudere kinderen is bijna altijd een grotere operatie (zoals hierboven beschreven) noodzakelijk om de heup terug te krijgen in de kom. Daarnaast wordt vaak tegelijkertijd de heupkom dieper gemaakt (Pemberton-osteotomie) en/of is een standsverandering van het bovenbeen noodzakelijk (proximale femur osteotomie). In een aantal gevallen vindt deze behandeling in twee verschillende operaties plaats. Ook na deze ingrepen volgt soms een gipsbroekperiode van gemiddeld vier maanden. Wanneer de heup stabiel in de kom zit, volgt verdere nabehandeling van de heupdysplasie.

Hechtingen
De wond wordt gehecht met oplosbare hechtingen.

Na de operatie
In een aantal gevallen wordt aansluitend aan de operatie een gipsbroek aangelegd, gedurende een periode van gemiddeld drie maanden. Na het verwijderen van het gips kan opnieuw een behandeling met een spreidbroekje plaatsvinden. Als uw kind al loopt is dit een broekje waarin gelopen kan worden. Wanneer de heup stabiel in de kom zit, en de heupluxatie definitief behandeld is, volgt verdere behandeling van de heupdysplasie.

Opnameduur
Na de operatie verblijft het kind enkele dagen op het ziekenhuis.

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er nadien toch complicaties optreden. Hieronder worden vrijwel alle denkbare complicaties genoemd om u voldoende te informeren. Deze complicaties treden echter zelden op:

-    Zenuwuitval
-    Bloeding(en) en bloedverlies
-    Wondinfecties
-    Niet vastgroeien van de botvlakken
-    Spierkrachtverlies
-    Blijvende pijnklachten
-    Optreden van slijtage
-    Trombose
-    Spontane botafzetting

Contact opnemen
U kunt contact opnemen met de orthopedisch chirurg wanneer er sprake is van bovenstaande complicaties of wanneer u het vanwege andere redenen niet vertrouwt.

U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370.
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.


Gipsbroek
De nabehandeling van de operatieve behandeling op kinderleeftijd bestaat uit een gipsbroek gedurende 6 weken.

Fysiotherapie
Fysiotherapie kan, indien nodig, helpen de heupen weer wat soepel te maken.