Accessoire os naviculare

Wat is accessoire os naviculare?
De menselijke voet bestaat uit heel veel kleine botjes. In basis is de anatomie van de voet bij iedereen hetzelfde. Op enkele plaatsen in de voet komen extra, accessoire, botjes voor, zo ook ter plaatse van het  os naviculare dat zich aan de binnenzijde van de voetwortel bevindt. Dit wordt ook wel os tibiale externum genoemd. De extra botjes in de voet zullen nooit samengroeien met het bestaande os naviculare. De botjes zijn met elkaar verbonden door een laagje kraakbeen of bindweefsel.



Wat zijn de oorzaken van accessoire os naviculare?
Vanaf de geboorte zijn deze extra botjes aanwezig in de voet. De aandoening komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens.

Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
De aandoening komt in elke levensfase voor, het is immers aangeboren. Het accessoire os naviculare syndroom begint vaak in de adolescentie klachten te geven.

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Een accessoire os naviculare hoeft niet altijd klachten te geven. Een groot accessoire os naviculare kan een bult veroorzaken aan de binnenkant van de voet. De voet wordt hierdoor verbreed wat klachten kan geven bij het dragen van schoeisel. Klachten kunnen ook optreden als het kraakbeen (of bindweefsel) dat tussen het os naviculare en het accessoire os naviculare zit beschadigd raakt. Dit kan pijn veroorzaken bij het belasten van de voet. Deze pijnklachten kunnen lang aanhouden omdat bindweefsel slecht geneest.

Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
Meestal vraagt de orthopedisch chirurg of er eerder sprake is geweest van letsel aan de voet. Daarnaast zal de orthopedisch chirurg vragen naar de aard van de klachten. 

Welke onderzoeken  worden gedaan?
Door middel van een röntgenfoto kan het  os naviculare worden aangetoond. Aanvullend onderzoek in de vorm van een MRI- of CT-scan is zelden nodig.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Spalken
Als de voet pijnlijk is geworden ten gevolge van een trauma en er wordt door middel van een röntgenfoto aangetoond dat er sprake is van een accessoire os naviculare, kan uw orthopedisch chirurg een  onderbeengips (spalk) voorstellen om de voet en enkel gedurende een periode van 6 weken te immobiliseren. De rust kan de genezing van de verstoring van het weefsel tussen het os naviculare en het accessoire os naviculare bevorderen.

Medicatie
Uw orthopedisch chirurg kan zo nodig ontstekingsremmende pijnstillers voorschrijven. In geval van gipsimmobilisatie krijgt u ook bloedverdunners ter voorkoming van een trombosebeen voorgeschreven. 

Aangepast schoeisel
Indien er sprake is van een platvoet kan een ondersteunende steunzool de voet ontlasten. In het geval van een pijnlijke drukplek op het os naviculare  wordt een uitsparing in de schoen geadviseerd wat kan leiden tot vermindering van druk op het pijnlijke botgedeelte. Wanneer de pijn door bovenstaande maatregelen verdwijnt en het botgedeelte geen klachten meer geeft, is verdere behandeling niet nodig.

Operatieve behandeling

Bij persisteren van klachten ondanks conservatieve therapie kan er gekozen worden voor een operatieve behandeling.

Voor de operatie
Anesthesie
De operatie kan worden uitgevoerd na toediening van een ruggenprik of onder algehele narcose. De keuze voor de vorm van anesthesie wordt voor de opname op de pre-operatieve polikliniek door de anesthesioloog met u besproken.

Tijdens de operatie
Het doel van de operatie is het verwijderen van het pijnlijke accessoire bot. In enkele gevallen vindt er ook een standscorrectie plaats van de voet.

Wat houdt de operatieve behandeling in?
Tijdens de chirurgische ingreep wordt het  accessoire botje verwijderd. Deze zit vaak verbakken in de tibialis posterior pees. Het is dan nodig om de pees  deels of volledig los te maken. Hierna dient  hij opnieuw vastgehecht te worden. 

Hechtingen
De wond wordt vrijwel altijd gehecht met oplosbare hechtingen; soms zullen er ook hechtpleisters op de huid worden geplakt. Bij de gipscontrole 2 weken na de operatie wordt de wond geïnspecteerd en zullen eventueel de hechtpleisters en hechtingen worden verwijderd.

Na de operatie
Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht, waar een gips wordt  aangelegd. Als de narcose of de ruggenprik volledig is uitgewerkt ontvangt u de laatste instructies van de verpleegkundige en kunt u het ziekenhuis verlaten.

Opnameduur
Deze operatie gebeurt in dagbehandeling. U wordt enige tijd voor de operatie opgenomen. Nadat de ruggenprik of narcose is uitgewerkt  ontvangt u de laatste instructies van de verpleegkundige, eventueel van de fysiotherapeut,  en kunt u het ziekenhuis verlaten. Bij een eventuele standscorrectie van de voet kan de opname verlengd worden. 

Mobiliteit
Gedurende gipsimmobilisatie zult u gebruik moeten maken van elleboogkrukken. In de eerste periode mag u het been meestal  gedurende 3 weken niet belasten waarna 3 weken belast in een onderbeengips. U moet er rekening mee houden dat u ongeveer 6 tot 12 weken niet volledig uw normale dagelijkse activiteiten kunt/mag uitvoeren. Ook hierna kan het nog enkele maanden duren voor u helemaal geen klachten meer heeft.

Complicaties
In het algemeen geldt dat na iedere operatie een wondinfectie kan ontstaan. Er kan rondom het geopereerde gebied lokaal gevoelsverlies optreden doordat kleine huidzenuwen beschadigd zijn geraakt. Specifiek na deze operatie is er een kleine kans dat de gehechte pees loslaat of dat u opnieuw klachten krijgt van het aangedane gebied.

Contact opnemen
In de volgende gevallen moet u contact opnemen:

  • Wanneer u een bloeding hebt die niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan heeft gedrukt;
  • Wanneer u heftige pijn hebt die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
  • Wanneer een infectie van de wond zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
  • Wanneer er sprake is van een abnormale zwelling of koorts.


U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 – 708 33 70.
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.  


In het ziekenhuis
Na de operatie wordt een onderbeengips aangelegd. U krijgt van onze fysiotherapeuten instructies hoe u met krukken moet lopen. 

Pijnstilling en antitrombose medicatie
Indien u pijn ervaart kunt u pijnstillers gebruiken. U krijgt een recept met pijnstilling mee, u kunt deze medicatie bij uw apotheek ophalen. 
Gedurende de gipsbehandeling gebruikt u 1 maal daags Fragmin om trombose te voorkomen. Fragmin wordt door middel van een injectie toegediend. U leert in het ziekenhuis van de verpleging hoe u dit moet doen. Bij patiënten jonger dan 18 jaar wordt in de regel geen antitrombose medicatie voorgeschreven. 

Poliklinische controle
U komt twee weken na de operatie voor controle bij de gipskamer. Het gips wordt hier vervangen en de wonden worden gecontroleerd. Na 6 weken komt u voor controle bij de orthopedisch chirurg.

Revalidatie 
De eerste 2 weken mag u de voet niet belasten en dient u de voet veel hoog te leggen om zwelling te voorkomen. De exacte gipsduur varieert van 2 tot 6 weken en is afhankelijk van de mate waarin de tibialis posteriorpees is losgemaakt tijdens de operatie.  Na twee weken krijgt u indien nodig een loopgips, hiermee kunt u de voet gaan belasten.  Het duurt gemiddeld 6 tot 12 weken voordat u de voet bij dagelijks activiteiten weer prettig kunt belasten in de schoen. 

Fysiotherapie
Fysiotherapie wordt gestart op indicatie  om de enkel en de voet weer soepel te maken. Sporthervatting kan na 3 tot 6 maanden plaatsvinden. 
De standaard nabehandeling is hier beschreven,  in individuele gevallen kan van dit schema worden afgeweken.