Artrose elleboog

Wat is artrose van de elleboog?
De elleboog bestaat uit drie botten die bij elkaar komen in twee gewrichten:
-    Humerus (bovenarm)
-    Ulna (ellepijp, onderarm)
-    Radius (spaakbeen)
Tussen deze botten, in de gewrichten, bevindt zich een klein laagje kraakbeen. Dit kraakbeen zorgt ervoor dat de botten soepel langs elkaar heen kunnen bewegen.  (zie figuur 1). 
Soms is dit kraakbeen versleten, wanneer dit het geval is dan spreekt men van artrose in de elleboog (zie figuur 2).

 

Figuur 1: elleboog gezond

 

 

Figuur 2: atrose elleboog

Wat zijn de oorzaken van artrose in de elleboog?

Leeftijd
De oorzaak van artrose is vaak onbekend. Het laagje kraakbeen vermindert in hoeveelheid en kwaliteit wanneer men ouder wordt. Het kraakbeen kan uiteindelijk zelfs helemaal verdwijnen, de botten in de elleboog raken elkaar dan rechtstreeks aan.

Overige ziekten
Er zijn ziekten die het kraakbeen aantasten, bijvoorbeeld reuma. Doordat het kraakbeen aangetast wordt zal de laag dunner worden. De artrose is dan een gevolg van de ziekte. Bij patiënten die lijden aan een ziekte die het kraakbeen kan aantasten ontstaat de artrose vaak op meerdere plaatsen tegelijk.

Eerder letsel aan de elleboog
Wanneer men, bijvoorbeeld door een ongeval, eerder letsel aan de elleboog heeft gehad dan kan dit leiden tot artrose.
Daarnaast zijn er enkele factoren die het risico op artrose beïnvloeden:
-    overgewicht
-    erfelijkheid
-    intensief sporten
-    het vrouwelijke geslacht.

Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Artrose kan, wanneer het een gevolg is van een ziekte of van eerder letsel, bij iedereen voorkomen. Bij oudere mensen ontstaat artrose vaker zonder aanwijsbare reden dan bij jonge mensen.

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Een van de belangrijkste symptomen van artrose in de elleboog is pijn. Daarnaast voelt de elleboog wat stijver aan en kan hij minder soepel gebruikt worden. Bewegen is wat lastiger. Ook hebben mensen met artrose vaak opstartproblemen: aan het begin van de dag ervaren zij veel pijn en stijfheid, maar naarmate de dag vordert nemen deze klachten af.

Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De orthopedisch chirurg neemt een anamnese af en voert lichamelijk onderzoek uit. Bij een anamnese stelt de orthopedisch chirurg gerichte vragen over de klachten, daarnaast wordt de medische geschiedenis van de patiënt besproken.

Voor het vaststellen van slijtage is een röntgenfoto vaak al voldoende. Hierop is een afname van de dikte van het kraakbeen zichtbaar. De vorm van het gewricht wordt door de artrose onregelmatig en dat is op een gewone röntgenfoto ook goed te zien.

Welke onderzoeken worden gedaan?
Een röntgenfoto kan slijtage vaststellen. Een CT- of MRI-scan worden vaak gemaakt om de exacte locatie en ernst van de artrose te bepalen.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Elleboogartrose kan in veel gevallen niet-operatief behandeld worden, dit is wel van een aantal factoren afhankelijk, zoals bijvoorbeeld de ernst van de artrose, de locatie van de artrose, de bewegingen die u wenst te maken, uw leeftijd en uw leefstijl.

Fysiotherapie
In een beginnend stadium van artrose kunt u proberen de klachten in de hand te houden door uw leefstijl aan te passen. Daarnaast kan fysiotherapie bijdragen aan het herstel.

Medicatie
Pijnstillers en ontstekingsremmers kunnen helpen om de functie van het gewricht te verbeteren en de pijn te verminderen. Daarnaast kan een injectie met verdovende vloeistof en een krachtige ontstekingsremmer (corticosteroïden) in de elleboog worden gegeven.
De kans op bijwerkingen na een injectie is laag. De eventuele pezen en het kraakbeen worden bewezen niet aangetast door een enkele injectie. 
Bij mensen met suikerziekte die insuline gebruiken kan de suikerwaarde na een injectie gedurende een kortere periode wat meer schommelen, het is daarom verstandig de eerste 48 uur na de behandeling het bloedsuiker vaker te testen en de insulinedosering hierop aan te passen.
Vrouwen kunnen opvliegers of een rood gelaat krijgen na een injectie, zelden ontstaat er vaginaal bloedverlies.

 

Operatieve behandeling

Mocht deze conservatieve behandeling niet het gewenste effect behalen, dan kan de orthopedisch chirurg samen met u besluiten tot een operatie. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden die afhankelijk zijn van de mate van artrose.

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren elleboog wordt verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade), al dan niet in combinatie met algehele narcose. Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok toegediend door een prik in uw hals. Dit zorgt ervoor dat u tijdens, maar ook nog een aantal uren na de operatie minder tot geen pijn voelt. Deze pijnblokkade is meestal binnen 12 tot 24 uur uitgewerkt.

Tijdens de operatie
Nettoyage en een release
Hierbij wordt het gewricht schoongemaakt en losser gemaakt. De operatie wordt uitgevoerd via een open procedure of via een kijkoperatie (arthroscopie). Bij deze open procedure maakt de orthopedisch chirurg een kleine snee van ongeveer vier tot zes centimeter. Bij een kijkoperatie maakt hij twee à drie steekgaatjes van een centimeter, waardoor hij (na het opblazen van de schouder met water) een kijkbuisje en hulpinstrumenten kan inbrengen. De orthopedisch chirurg verwijdert stukjes los en beschadigd kraakbeen. Ook worden ruwe randen glad gemaakt. Dit vermindert de pijn en een eventuele zwelling, maar zorgt niet voor herstel van het kraakbeen. Afhankelijk van de mate van bewegingsbeperking wordt het stijve kapsel losgemaakt zodat er meer beweging mogelijk is. Uw orthopedisch chirurg bespreekt op de polikliniek welke behandeling u krijgt. De operatie duurt ongeveer 30 tot 60 minuten.

Prothese
Bij zeer ernstige slijtage kan een prothese geplaatst worden. Dit is een ingrijpende operatie, met een lange herstelperiode. De prothese gaat een beperkte tijd mee. Daarom wordt zo'n operatie zo lang mogelijk uitgesteld. In Nederland worden elleboogprotheses geplaatst in enkele gespecialiseerde centra. Als u in aanmerking komt voor een prothese zal uw orthopedisch chirurg met u bespreken naar welk centrum u kan worden verwezen.

Hechtingen
De wond wordt altijd gehecht met oplosbare hechtingen; soms zullen er ook hechtpleisters op de huid worden geplakt. Na tien dagen mag u deze hechtpleisters zelf verwijderen, of anders via de huisarts. 

Na de operatie
Opnameduur
Voor een nettoyage en release van de elleboog blijft u in principe één nacht in het ziekenhuis, de opname is op de dag van de operatie.

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn:
- Een nabloeding in de elleboog;
- Een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie en in sommige gevallen wordt de wond gespoeld;
- Een prikkeling of milde beschadiging van de ulnariszenuw, dit kan ontstaan door de operatie en de toegenomen beweeglijkheid. Deze complicatie is meestal tijdelijk. De klachten hiervan zijn hetzelfde als bij ulnaropathie

Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien:

-    een bloeding niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan hebt gedrukt;
-    u heftige pijn ervaart die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
-    een infectie van de wond zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
-    er sprake is van een abnormale zwelling of koorts;
-    het gevoel en de beweeglijkheid in uw vingers, arm en schouder 24 uur na de ingreep nog niet volledig terug is. De pijnblokkade die u krijgt werkt namelijk maximaal 24 uur, daarna moet alles weer normaal functioneren.

U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370.
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.


Sling
Na een nettoyage krijgt u een sling (draagband) aangemeten. Deze sling moet u enkele dagen dragen. Het geeft rust aan het geopereerde gebied. Het drukverband dat na de behandeling aangebracht is mag worden verwijderd na 2 dagen. U mag de sling afdoen wanneer u zich gaat douchen/wassen. Bij het aankleden van uw bovenkleding buigt u licht voorover en doet u eerst de behandelde arm door het T-shirt of het hemd, de onbehandelde arm volgt daarna.

Fysiotherapie
Het is de bedoeling dat u de elleboog actief oefent om het beste profijt van de release te hebben, dit gebeurt vaak met begeleiding van de fysiotherapeut.

Revalidatie
De eerste 4-6 weken mag u niet zwaar tillen met de geopereerde arm, verder moet u de arm op geleide van de pijnklachten zo normaal mogelijk bewegen. U moet er rekening mee houden dat u na de operatie geen auto kunt rijden en niet mag fietsen gedurende 4 weken. Dit kan weer als u weinig pijn hebt en een goede controle over de arm en schouder hebt, zodat dit verantwoord is. Voor het herstel van deze ingreep moet u rekenen op een periode van 2 maanden tot een half jaar. Na een release kan de beweeglijkheid van de elleboog nog verbeteren tot 2 jaar na de ingreep.

Medicatie
Het is belangrijk om te weten dat een operatie aan de elleboog erg pijnlijk kan zijn. U krijgt daarom een recept voor goede pijnstillers mee. Ondanks deze pijnstillers kunt u de eerste weken na de operatie pijn voelen. Daarna wordt de pijn langzaam minder.

Controle
6-8 weken na de operatie komt u voor een controle afspraak bij uw orthopedisch chirurg.