Artrose pols

Artrose van de pols

Wat is artrose van de pols?
Artrose is een aandoening van het kraakbeen. Bij artrose is het gewrichtskraakbeen dat zorgt voor een soepele beweging van de gewrichten beschadigd. Het polsgewricht bestaat aan de ene zijde uit acht carpale botjes (handwortelbeentjes) die in twee rijen opgesplitst zijn. Aan de andere kant bevinden zich het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna). Het kraakbeen in verschillende gewrichten tussen deze botjes kan beschadigen. Onder andere het radiocarpale gewricht (het gewricht tussen het spaakbeen en de eerste rij handwortelbeentjes) kan beschadigen, dit is het gewricht die voor de meeste beweeglijkheid van de pols zorgt.



Wat zijn de oorzaken van artrose van de pols?
Radiocarpale artrose kan ontstaan na beschadiging van de pols, bijvoorbeeld na een ongeval. Daarnaast kunnen andere aandoeningen, zoals reumatoïde artritis, artrose veroorzaken. Ook chronische overbelasting en ouderdom kunnen oorzaken van artrose van de pols zijn.


Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Bij artrose in de pols is er sprake van kraakbeenletsel. Dit kan op elke leeftijd voorkomen. Bij het toenemen van de leeftijd neemt de kwaliteit van het kraakbeen af. Dit kan een vorm van slijtage van de pols zijn. Het risico op artrose is groter op oudere leeftijd.

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Symptomen van artrose in de pols zijn onder andere pijn, een vermindering van kracht, een verstijving van het gewricht, zwellingen en een vervorming van het gewricht.


Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
Artrose is vaak makkelijk herkenbaar. De huisarts voert voornamelijk lichamelijk onderzoek uit waarbij hij/zij op de zwelling let en u gerichte vragen stelt over de stijfheid en pijn die u ervaart. Samen met uw huisarts kunt u besluiten om een afspraak te maken bij de orthopedisch chirurg.

Welke onderzoeken worden gedaan?
De orthopedisch chirurg zal vragen naar uw medisch verleden, uw ziektegeschiedenis en uw medicijngebruik. Hij/zij voert daarnaast lichamelijk onderzoek uit en zal daarbij vragen stellen als:
-    Wanneer ervaart u pijn? Is het altijd even hevig?
-    Waar zit de pijn precies? Kunt u dit zo exact mogelijk aangeven?
-    Gebruikt u medicijnen? Zo ja, welke medicijnen?
-    Heeft u wel eens eerder last gehad van uw hand? 
-    Bent u eerder geopereerd aan uw hand?
-    Is er sprake van zwellingen? Zijn er ooit zwellingen geweest?
Vaak is lichamelijk onderzoek voldoende om de diagnose te kunnen stellen. Röntgenfoto’s kunnen de diagnose ondersteunen.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Rust
Het is belangrijk om de belasting van uw pols aan te passen. Uw fysiotherapeut kan u hierbij helpen.

Spalk
Uw fysiotherapeut kan een spalk voor u maken of een brace voorschrijven.

Lokale injectie
Uw orthopedisch chirurg kan u een injectie geven met een combinatie van een verdovende vloeistof en een krachtige ontstekingsremmer (corticosteroïden) geven om de pijnklachten (tijdelijk) te dempen.


Operatieve behandeling

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren pols wordt meestal verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade), al dan niet in combinatie met algehele narcose. Vlak voor de behandeling krijgt u dit pijnblok toegediend door een prik bij uw sleutelbeen of oksel. Dit zorgt ervoor dat u tijdens, maar ook nog een aantal uren na de operatie minder tot geen pijn voelt. Deze pijnblokkade is meestal binnen 12 tot 24 uur uitgewerkt. 

Tijdens de operatie
Er zijn meerdere mogelijkheden voor een operatie. De handwortelbeentjes kunnen worden verwijderd, er kan een kunstgewricht geplaatst worden of een deel van de pols kan vastgezet worden (arthrodese).

Hechtingen
De wondjes worden altijd gehecht met oplosbare hechtingen en/of met kleine hechtpleisters die op de huid worden geplakt. Na 14 dagen volgt er een wondcontrole op de gipskamer, de hechtingen worden dan verwijderd.

Na de operatie
Opnameduur
Voor een operatie aan een pols met artrose blijft u in principe 1 nacht in het ziekenhuis, de opname is op de dag van de operatie. 

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn: 
-    Een nabloeding bij de pols;
-    Een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie en in sommige gevallen wordt de wond gespoeld;
-    Schade door de operatie aan structuren rond de pols, zoals pezen, zenuwen of bloedvaten; dit is zeer zeldzaam;
-    Bij een artrodese bestaat er een kans dat het bot niet vastgroeit. Bij een artroplastiek kan de pols aan kracht verliezen en een prothese kan losraken;
-    Er is een kleine kans op het ontwikkelen van koude intolerantie en dystrofie.

Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien: 
-    een bloeding niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan hebt gedrukt;
-    u heftige pijn ervaart die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
-    een infectie van de wond zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
-    er sprake is van een abnormale zwelling of koorts;
-    het gevoel en de beweeglijkheid in uw vingers, arm en schouder 24 uur na de ingreep nog niet volledig terug is. De pijnblokkade die u krijgt werkt namelijk maximaal 24 uur, daarna moet alles weer normaal functioneren.

U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370.
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.  


De nabehandeling hangt af van de gekozen operatie. 

Gips
In de meeste gevallen wordt er na de behandeling een gips aangebracht. De periode dat u dit gips moet dragen varieert van een aantal dagen bij een polsprothese tot 6 weken bij een polsarthrodese. 

Brace
Wanneer het gips van uw arm verwijderd is krijgt u ter ondersteuning een ondersteunende brace. Tevens wordt in deze periode gestart met fysiotherapie. Hoe lang en hoe vaak deze therapie gevolgd moet worden is per geval verschillend. Dit overlegt u met uw fysiotherapeut en uw orthopedisch chirurg. 

Controle
6 tot 8 weken na de operatie komt u voor controle bij uw orthopedisch chirurg.