phone icon 088 - 708 3370 Login medewerkers

De ziekte van Kienböck

De ziekte van Kienböck

Wat is de ziekte van Kienböck? 
Bij de ziekte van Kienböck (ook wel Lunatomalacie of Avasculaire necrose van het Lunatum genoemd) is de bloedtoevoer naar het lunatum (maanvormige botje) gestoord en hierdoor gaat het botje dood. Vervolgens zakt het botje in en kan er versnelde slijtage optreden. 

Wat zijn de oorzaken van de ziekte van Kienböck?
De oorzaak van de ziekte van Kienböck is onbekend.


Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Kienböck komt het meest voor bij jonge mensen (20-40 jaar). Het komt vaker voor bij mensen met een relatief korte ellepijp (ulna minus). 

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
In het beginstadium van de aandoening ervaart u vooral veel pijn. De aandoening wordt dan vaak nog niet herkend omdat deze op röntgenfoto’s nog niet zichtbaar is. Alleen een MRI-scan kan de aandoening in het eerste stadium aantonen.
In een later stadium van de ziekte ontstaan vaak problemen bij het bewegen van de pols. Daarnaast heeft men dan vaak last van (druk)pijn in het midden van de pols, vooral aan de kant van de rug van de hand. De klachten verergeren wanneer u uw hand actief gebruikt.


Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De diagnose wordt door uw orthopedisch chirurg gesteld op basis van uw verhaal (de anamnese) en lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. 

Welke onderzoeken worden gedaan? 
Er worden standaard röntgenfoto’s van de pols gemaakt en soms een aanvullende MRI of CT scan. Op deze scans kan worden beoordeeld hoe de botkwaliteit en doorbloeding van het lunatum en of er afwijkingen aan het kraakbeen in de rest van de pols zijn.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Rust
In een vroeg beginstadium is rust van de pols een optie, vaak is dit niet voldoende. 

Spalk
In de meeste vroege gevallen wordt een periode (4-8) weken een spalk voorgeschreven die dag en nacht moet worden gedragen. 


Operatieve behandeling

Als de conservatieve behandeling onvoldoende effect heeft, of de pols is al in een verder gevorderd stadium, dan ligt een operatieve behandeling voor de hand. 
Er zijn verschillende operatieve behandelingen mogelijk zoals een revascularisatie, een  radiusverkorting, een proximale rij carpectomie, een polsarthrodese of een totale polsprothese.
Dit hangt van het stadium van de ziekte af. 

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren pols wordt meestal verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade). Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok toegediend door een prik bij uw sleutelbeen of oksel. Dit zorgt ervoor dat u tijdens, maar ook nog een aantal uren na de operatie geen pijn voelt. Deze pijnblokkade is meestal binnen 12 tot 24 uur uitgewerkt.

Tijdens de operatie
Revascularisatie of radiusverkorting
In een vroeg stadium van de ziekte is het doel om het lunatum te behouden. Hiervoor moet de bloedtoevoer naar het maanvormig bot hersteld worden en/ of de druk hierop worden verminderd , Dit gebeurt met  een revascularisatie met behulp van een bottransplantaat uit het spaakbeen  of  een inkorting van het spaakbeen (radiusverkorting). 

Proximale rij carpectomie (PRC)
Bij een verder gevorderd stadium van de ziekte is het lunatum niet meer te redden en is er soms al slijtage (artrose).  Bij een PRC wordt de eerste rij handwortelbeentjes verwijderd. De beweeglijkheid blijft in de pols (in tegenstelling tot een pols arthrodese) maar is ongeveer 50% van de andere, gezonde pols. Hiermee kunt u echter vrijwel allen handelingen van het dagelijks leven nog doen. 

Polsarthrodese
Dit wordt gedaan bij verder gevorderde slijtage en vaker bij jonge patiënten met zwaar fysiek werk. 
Hierbij wordt het gehele polsgewricht vastgezet met een plaat en schroeven, soms is het nodig om extra bot uit uw bekkenkam  te gebruiken om vastgroeien te helpen. Door het vastzetten van de pols wordt het kantelen van de pols onmogelijk, maar draaien van de pols is na deze operatie nog wel mogelijk.
De pijn is hiermee vaak weg en de kracht verbeterd goed. 

Een totale polsprothese
Dit wordt gedaan bij verder gevorderde slijtage. Een polsprothese betekent dat het gehele polsgewricht vervangen wordt door een prothese. Hierdoor kunt u ook na de operatie uw pols blijven bewegen, hoewel de beweeglijkheid minder zal zijn dan voorheen. Een prothese is relatief kwetsbaar en wordt daarom meestal niet geplaatst bij jongere patiënten, zeker niet als men zwaar fysiek werk doet. 

Hechtingen
De wondjes worden altijd gehecht met oplosbare hechtingen en/of met kleine hechtpleisters die op de huid worden geplakt. Na 14 dagen volgt er een wondcontrole op de gipskamer, de hechtingen worden dan verwijderd.

Na de operatie
Opnameduur
Voor een operatie in verband met de ziekte van aan een Kienböck blijft u in principe 1 nacht in het ziekenhuis, de opname is op de dag van de operatie.

Complicaties

Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. 
De meest voorkomende complicaties zijn: 

  • Een nabloeding bij de pols;
  • Een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie en in sommige gevallen wordt de wond gespoeld;
  • Schade door de operatie aan structuren rond de pols, zoals pezen, zenuwen of bloedvaten; dit is zeer zeldzaam;
  • De revascularisatie kan mislukken;
  • Bij een radiusverkorting of artrodese bestaat er een kans dat het bot niet vastgroeit;
  • Bij een prothese kan de pols aan kracht verliezen en een prothese kan losraken;
  • Er is een kleine kans op het ontwikkelen van koude intolerantie en dystrofie (CRPS).


Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien: 

  • een bloeding niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan hebt gedrukt;
  • u heftige pijn ervaart die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
  • een infectie van de wond zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
  • er sprake is van een abnormale zwelling of koorts;
  • het gevoel en de beweeglijkheid in uw vingers, arm en schouder 24 uur na de ingreep nog niet volledig terug is. De pijnblokkade die u krijgt werkt namelijk maximaal 24 uur, daarna moet alles weer normaal functioneren.


U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370. 
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.  


Radiusinkorting of revascularisatie
Gedurende 2 weken krijgt u  een vast gips om uw onderarm. Nadat het gips om uw onderarm verwijderd is krijgt u een afneembare brace. In deze periode wordt gestart met handtherapie volgens een vast protocol.  De brace wordt na 6  weken afgebouwd. Het duurt gemiddeld 6-8 weken tot de radius is vastgegroeid. 

Proximale rijcarpectomie (PRC)
Gedurende 1 week krijgt u  een vast gips om uw onderarm. Nadat het gips om uw onderarm verwijderd is krijgt u een afneembare brace. In deze periode wordt gestart met handtherapie volgens een vast protocol. De brace wordt na 6  weken afgebouwd.

Polsarthrodese
Gedurende 2 weken krijgt u  een vast gips om uw onderarm. Nadat het gips om uw onderarm verwijderd is krijgt u een afneembare brace. In deze periode wordt gestart met handtherapie volgens een vast protocol.  De brace wordt na 9  weken afgebouwd. Het duurt gemiddeld 6-8 weken tot de arthrodese is vastgegroeid. 

Polsprothese
Gedurende 2 weken krijgt u  een vast gips om uw onderarm. Nadat het gips om uw onderarm verwijderd is krijgt u een afneembare brace. In deze periode wordt gestart met handtherapie volgens een vast protocol. De brace wordt na 6 weken afgebouwd.  

De gehele revalidatie neemt voor al deze ingrepen gemiddeld drie tot vier maanden in beslag, gerekend vanaf de operatie. Afhankelijk van het soort werk dat u doet, is dit te hervatten na 6-12 weken. 

Controle
Zes tot acht weken na de operatie komt u voor controle bij uw orthopedisch chirurg.