De ziekte van Kienböck

De ziekte van Kienböck (lunatomalacie, avasculaire necrose van het lunatum)

Wat is de ziekte van Kienböck? 
De ziekte van Kienböck (ook wel Lunatomalacie of Avasculaire necrose van het Lunatum genoemd) is een aandoening van het maanvormig handwortelbeentje. Door problemen met de bloedtoevoer naar dit beentje sterft het beentje af en zakt het in. De pols slijt hierdoor. 

Wat zijn de oorzaken van de ziekte van Kienböck?
De oorzaak van de ziekte van Kienböck is onbekend.


Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Kienböck komt het meest voor bij jonge mannen en vrouwen tussen de 20 en 40 jaar. Bij vrouwen komt de aandoening vaker voor dan bij mannen. Tevens komt de aandoening vaker voor bij mensen met een ulna minus syndroom (een te korte ellepijp). 

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
In het beginstadium van de aandoening ervaart u vooral veel pijn. De aandoening wordt dan vaak nog niet herkend omdat deze op röntgenfoto’s nog niet zichtbaar is. Alleen een MRI-scan kan de aandoening in het eerste stadium aantonen. In een later stadium van de ziekte ontstaan vaak problemen bij het bewegen van de pols. Daarnaast heeft men dan vaak last van (druk)pijn in het midden van de pols, vooral aan de kant van de rug van de hand. De klachten verergeren wanneer u uw hand actief gebruikt.


Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
Een orthopedisch chirurg stelt de diagnose. Hierbij wordt gebruik gemaakt van  een röntgenfoto.

Welke onderzoeken worden gedaan? 
Bij de beoordeling van de röntgenfoto is het belangrijk om te weten in welk stadium de ziekte zich bevindt. Er wordt onderscheid gemaakt in vier verschillende stadia:

  • Stadium 1: hierbij zijn er (nog) geen afwijkingen te zien op de röntgenfoto;

  • Stadium 2: hierbij is er sprake van een verhoogde dichtheid van het maanvormig bot;

  • Stadium 3: hierbij is het maanvormig bot ingezakt, er zijn (nog) geen afwijkingen aan het scheepsbot;

  • Stadium 4: hierbij is er sprake van slijtage rond het maanvormig bot. Er is sprake van haakvorming en/of een vernauwing van de gewrichtsspleet. 


Een MRI-scan geeft de meeste informatie over de bloedvoorziening naar het maanvormig bot, het hoogteverlies en eventuele slijtage. Een CT-scan en/of een botscan kan soms extra informatie geven.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Rust
In een zeer vroeg beginstadium is rust van de pols een optie, maar deze behandeling wordt zelden toegepast.

Spalk
De niet-operatieve behandelingsoptie houdt spalktherapie in.


Operatieve behandeling

Er zijn verschillende operatieve behandelingen mogelijk zoals een revascularisatie, een  radiusverkorting, een proximale rij carpectonomie, een polsarthrodese of een totale polsprothese.

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren pols wordt meestal verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade), al dan niet in combinatie met algehele narcose. Vlak voor de behandeling krijgt u dit pijnblok toegediend door een prik bij uw sleutelbeen of oksel. Dit zorgt ervoor dat u tijdens, maar ook nog een aantal uren na de operatie minder tot geen pijn voelt. Deze pijnblokkade is meestal binnen 12 tot 24 uur uitgewerkt.

Tijdens de operatie
Revascularisatie
Revascularisatie is een manier om de bloedtoevoer naar het maanvormig bot te herstellen. Dit wordt gedaan met behulp van een bottransplantaat uit het spaakbeen. Een inkorting van het spaakbeen (radiusverkorting) is ook een optie.

Proximale rij carpectomie
Dit is een methode die gebruikt wordt wanneer het maanvormig bot gebarsten is, wanneer er sprake is van een fors hoogteverlies of wanneer er sprake is van artrose. Proximale rij carpectomie houdt het weghalen van de eerste rij handwortelbeentjes in.

Polsarthrodese
Dit is een methode die gebruikt wordt wanneer het maanvormig bot gebarsten is, wanneer er sprake is van een fors hoogteverlies of wanneer er sprake is van artrose.  Polsarthrodese houdt in dat de pols vastgezet wordt met behulp van een metalen plaat.

Een totale polsprothese
Dit is een methode die gebruikt wordt wanneer het maanvormig bot gebarsten is, wanneer er sprake is van een fors hoogteverlies of wanneer er sprake is van artrose. Bij een totale polsprothese wordt het volledige polsgewricht vervangen.

Hechtingen
De wondjes worden altijd gehecht met oplosbare hechtingen en/of met kleine hechtpleisters die op de huid worden geplakt. Na 14 dagen volgt er een wondcontrole op de gipskamer, de hechtingen worden dan verwijderd.

Na de operatie
Opnameduur
Voor een operatie in verband met de ziekte van Kienböck blijft u in principe 1 nacht in het ziekenhuis, de opname is op de dag van de operatie. 

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn: 

-    Een nabloeding bij de pols;
-    Een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie en in sommige gevallen wordt de wond gespoeld;
-    Schade door de operatie aan structuren rond de pols, zoals pezen, zenuwen of bloedvaten; dit is zeer zeldzaam;
-    Bij een radiusverkorting of artrodese bestaat er een kans dat het bot niet vastgroeit; 
-    Een prothese kan losraken;
-    De revascularisatie kan mislukken;
-    Er is een kleine kans op het ontwikkelen van koude intolerantie en dystrofie.

Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien: 
-    een bloeding die niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan hebt gedrukt;
-    u heftige pijn ervaart die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
-    een infectie van de wond zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
-    er sprake is van een abnormale zwelling of koorts;
-    het gevoel en de beweeglijkheid in uw vingers, arm en schouder 24 uur na de ingreep nog niet volledig terug is. De pijnblokkade die u krijgt werkt namelijk maximaal 24 uur, daarna moet alles weer normaal functioneren. 

U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370. 
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.  


Gips
Na de operatie wordt een gips aangebracht om uw onderarm. Dit gips moet u enkele weken dragen. 

Fysiotherapie
Wanneer het gips verwijderd is zult u starten met fysiotherapie. Wanneer het verwijderde gips diende als (niet-operatieve) behandeling wordt u ook begeleid door een fysiotherapeut.