phone icon 088 - 708 3370 Login medewerkers

Distale bicepsproblemen

Aandoening

Wat zijn bicepsklachten?

Aan de voorkant van de bovenarm bevindt zich de bicepsspier. Deze spier heeft in schouder twee aanhechtingspunten: de korte bicepspees en de lange bicepspees. In de onderarm, net voorbij het ellebooggewricht, zit de pees vast aan het spaakbeen. Klachten van deze pees kan het beeld geven van een:

  • bicepstendinopathie;
  • volledige of gedeeltelijke distale biceppees ruptuur (scheur).

Wat zijn de oorzaken van bicepsklachten?

De verschillende bicepsklachten hebben verschillende oorzaken:

Bicepstendinitis
Wrijving van de bicepspees kan een ontsteking veroorzaken. Deze ontsteking is vaak een onderdeel van een overbelasting van de pees.

Distale bicepspees ruptuur
De distale bicepspees kan afscheuren wanneer er kracht op komt te staan. Bijvoorbeeld bij het optillen van zware voorwerpen of bij het maken van een plotselinge beweging. Meestal voelt men een knap wanneer de bicepspees scheurt en ontstaat er een bloeduitstorting. De vorm van de arm is tevens veranderd, de zwelling van de spier zit meer richting de schouder dan voordat de pees scheurde.

 

Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Biceptendinopathie en een distale bicepspees ruptuur komt vooral voor bij 40-plussers. Ze komen vaker voor bij mannen dan bij vrouwen

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Bicepstendinopathie kan zich uiten door pijn in de onderarm met tillen en draaien. Het optillen van de arm is pijnlijk, evenals het aanspannen van de bicepsspier. Bij een distale bicepspees ruptuur voelt men een knap wanneer de bicepspees scheurt en ontstaat er een bloeduitstorting. De vorm van de arm is tevens veranderd, de zwelling van de spier zit meer richting de schouder dan voordat de pees scheurde.
 

Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
Patiënten met elleboogklachten worden gezien op ons elleboogspreekuur. Op de dag van het polibezoek zal er eerst een röntgenfoto van de aangedane elleboog worden gemaakt als deze nog niet (recent) gemaakt is. Vervolgens wordt u eerst gezien door één van onze orthopedisch chirurgen gespecialiseerd in elleboogletsels. 

Welke onderzoeken worden gedaan?
Bicepsklachten kenmerken zich bij lichamelijk onderzoek door pijn bij buigen van de elleboog of roteren van de onderarm. Bij een gescheurde pees kan deze met lichamelijk onderzoek niet goed gevoeld en aangehaakt worden. Tevens is vaak een bloeduitstorting te zien en is de vorm van de arm veranderd.  Op de röntgenfoto’s is meestal niets te zien. Bij twijfel over de diagnose wordt een echo of een MRI van de elleboog gemaakt.
 

Behandeling

Nadat de diagnose is gesteld bepaalt de orthopedisch chirurg, in overleg met u, de meest effectieve behandeling. 

Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

De behandeling van bicepstendinitis is in de eerste plaats conservatief. Naargelang de klachten zal de orthopedisch chirurg eerst voorstellen om in behandeling te gaan bij de fysiotherapeut, zo nodig gecombineerd met pijnmedicatie. Als deze pijnmedicatie niet afdoende is, dan kan de orthopeed beslissen tot het geven van een injectie met een verdovende vloeistof en een krachtige ontstekingsremmer (corticosteroïden). Ook kan een aanpassing van de werkzaamheden en de houding van iemand belangrijk zijn.

Medicatie
Medicijnen helpen de eventuele ontsteking tegen te gaan. Bij hevige pijn kan een injectie met een pijnstiller en een ontstekingsremmer uitkomst bieden.
De kans op bijwerkingen na een injectie is laag. De eventuele pezen en het kraakbeen worden bewezen niet aangetast door een enkele injectie. 
Bij mensen met suikerziekte die insuline gebruiken kan de suikerwaarde na een injectie gedurende een kortere periode wat meer schommelen, het is daarom verstandig de eerste 48 uur na de behandeling het bloedsuiker vaker te testen en de insulinedosering hierop aan te passen.
Vrouwen kunnen opvliegers of een rood gelaat krijgen na een injectie, zelden ontstaat er vaginaal bloedverlies.

Na enkele weken tot maanden nemen de klachten af en bij de meeste mensen verdwijnen ze volledig, maar dit kan wel ruim een jaar duren.

Fysiotherapie
Gerichte spieroefeningen voor de spieren rondom de elleboog zijn erg waardevol. Ook aanwijzingen over de juiste manier om uw arm te gebruiken zijn zinvol. 
 

Operatieve behandeling

Mocht deze conservatieve behandeling niet het gewenste effect behalen, dan kan de orthopedisch chirurg samen met de patiënt besluiten tot een operatie. 
Bij een distale bicepspees ruptuur wordt vaak direct een operatieve behandeling geadviseerd vanwege de kans op aanhoudende klachten en blijvend krachtsverlies. Onbehandeld leidt dit tot een verlies van 40% in de kracht van het opendraaien van de onderarm en 15% van het buigen van de elleboog.

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren elleboog wordt verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade), al dan niet in combinatie met algehele narcose. Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok  door de anesthesist toegediend door een prik in uw hals. Dit zorgt ervoor dat u tijdens, maar ook nog een aantal uren na de operatie minder tot geen pijn voelt. Deze pijnblokkade is meestal binnen 12 tot 24 uur uitgewerkt.

Tijdens de operatie
De operatie wordt uitgevoerd via een snede net onder de elleboogplooi, soms aangevuld door een tweede snede net boven de elleboogplooi. Daarbij wordt de gescheurde pees opgezocht en middels een boortunnel, hechtingen en een speciale schroef weer bevestigd op zijn oorspronkelijke plek op het spaakbeen. De operatie duurt ongeveer 60 tot 90 minuten.

Hechtingen
De wond wordt altijd gehecht met oplosbare hechtingen; soms zullen er ook hechtpleisters op de huid worden geplakt. Na tien dagen mag u deze hechtpleisters zelf verwijderen of anders via de huisarts. 

Na de operatie
Opnameduur
De operatie vindt in principe in dagbehandeling plaats

Resultaat
De meeste patiënten zijn grotendeels pijnvrij na 4 tot 6 weken. De eerste 6 weken kunnen patiënten moeite hebben met het volledig strekken van de arm. De arm mag gedurende 4 maanden opbouwend belast worden waarbij na 4 maanden pas volledige kracht mag worden uitgeoefend.

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er nadien toch complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn:

  • een nabloeding in de elleboog;
  • een stijve elleboog;
  • een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie en in sommige gevallen wordt de wond gespoeld;
  • schade door de operatie aan structuren rond de elleboog, zoals zenuwen of bloedvaten; in 10 tot 20% van de operaties ontstaat een (vaak tijdelijk) verminderd gevoel van een gedeelte van de huid van de onderarm. Overige schade door de operatie aan structuren rond de elleboog is zeer zeldzaam.


Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien:

  • een bloeding die niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan hebt gedrukt;
  • u heftige pijn hebt die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
  • een infectie van de wond zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
  • er sprake is van een abnormale zwelling of koorts;
  • 24 uur na de ingreep het gevoel en de beweeglijkheid in uw vingers, arm en schouder nog niet volledig terug is. De pijnblokkade die u krijgt werkt namelijk maximaal 24 uur, daarna moet alles weer normaal functioneren.
  • u het vanwege andere redenen niet vertrouwt.


U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370.
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.

Nabehandeling

Nabehandeling hechten distale bicepspees

Sling
Na het operatief hechten van een bicepspees krijgt u een sling (draagband) aangemeten. Zie onderstaande afbeelding. Deze dient u 1 week te dragen.



Revalidatie
U moet er rekening mee houden dat u na de operatie geen auto kunt rijden en niet mag fietsen gedurende 6  weken. Dit kan weer als u weinig pijn heeft en een goede controle over de arm en elleboog heeft, zodat dit verantwoord is. Voor het herstel van deze ingreep moet u rekenen op een periode van 4 maanden tot een half jaar. Contactsporten en bovenhandse sporten zijn mogelijk na gemiddeld 4 maanden. Werkhervatting: licht werk (niet tillen) na 10 dagen - 6 weken, matig zwaar werk (lichte last tillen, onder schouderhoogte) na 6 weken, zwaar werk 4-6 maanden postoperatief.
 
Fysiotherapie
Onze fysiotherapeut geeft u instructies voor nabehandeling voor uw eigen fysiotherapeut mee. Zie hier het fysiotherapieprotocol. U mag zelf kiezen waar u revalideert.

Medicatie
Het is belangrijk om te weten dat elleboogoperaties pijnlijk kunnen zijn. U krijgt daarom een recept voor goede pijnstillers mee. Ondanks deze pijnstillers kunt u de eerste weken na de operatie pijn voelen. Daarna wordt de pijn langzaam minder.

Controle
6-8 weken na de operatie komt u voor een controle afspraak bij uw orthopedisch chirurg.