Ziekte van Dupuytren

Ziekte van Dupuytren

Wat is Dupuytren?
De ziekte van Dupuytren is een aandoening van het bindweefsel die leidt tot een kromstand van de vingers. Bindweefsel zorgt ervoor dat onder andere botten, pezen en bloedvaten op hun plaats blijven. Het bevindt zich overal in het lichaam. In de hand bevindt het bindweefsel zich als een laag tussen de handpalm en de onderliggende bloedvaten en pezen.

Bij de ziekte van Dupuytren is er sprake van een verdikking van dit bindweefsel in de hand. Op de plaatsen van deze verdikking voelt het bindweefsel in de hand aan als knobbels of strengen onder de huid. Uiteindelijk verschrompelt het bindweefsel dat deze knobbels en/of strengen veroorzaakt, hierdoor kunnen vingers ontstaan die niet meer gestrekt kunnen worden: zogenaamde klauwhanden. 

De ziekte van Dupuytren is vernoemd naar baron Guillaume Dupuytren die de ziekte in 1831 voor het eerst beschreef, daarom wordt de aandoening ook wel ‘contractuur van Dupuytren’  of ‘morbus Dupuytren’ genoemd. Daarnaast wordt de aandoening dikwijls ‘de koetsiersziekte’ of een ‘koetsiershand’ genoemd.



Wat zijn de oorzaken van Dupuytren?
Hoewel de ziekte van Dupuytren al sinds 1831 wordt beschreven en bestudeerd, is de oorzaak ervan onbekend. Bekend is dat genetische aanleg een factor is bij het ontstaan van de ziekte (bij 25% van de patiënten heeft een familielid dezelfde aandoening), het is echter niet bewezen dat de ziekte erfelijk is. Andere factoren die verband lijken te hebben met het ontstaan van Dupuytren:
-    roken;
-    overmatig alcoholgebruik;
-    diabetes;
-    epilepsie;
-    eerdere letsels aan de hand.


Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
De ziekte van Dupuytren wordt meestal vastgesteld bij patiënten in de leeftijd van 40 - 60 jaar. In uitzonderlijke gevallen wordt de aandoening voor het 40e levensjaar vastgesteld, vaak is er in deze gevallen sprake van een  snel verloop van de ziekte. De kans op terugkeer van de aandoening na behandeling is in deze levensfase groot.
Dupuytren komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, mannen hebben 8x meer kans op het ontstaan van de ziekte dan vrouwen.

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Dupruytren in de hand is in eerste instantie onschuldig, er is dan vaak sprake van een  knobbeltje, of een lichte verharding zonder dat dit gepaard gaat met pijn en/of ontstekingen. De knobbels worden langzaam onderhuidse strengen. Dit proces kan enkele maanden tot enkele jaren duren. Wanneer de vinger gestrekt wordt voelt u de onderhuidse streng trekken. Naarmate de ziekte zich ontwikkelt zijn de symptomen duidelijker aanwezig: u voelt de strengen steeds vaker en uiteindelijk trekken de strengen de vingers constant krom. Hierdoor is het lastig om de hand te gebruiken en worden dagelijkse bewegingen zoals het oppakken van dingen moeilijk. De strengen zijn in rusttoestand meestal niet pijnlijk, maar worden gevoelig wanneer de hand gebruikt wordt.


Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
Uw orthopedisch chirurg stelt de diagnose. Hij/zij zal u vragen stellen over uw klachten en zal daarnaast lichamelijk onderzoek uitvoeren waarbij de gewrichten uitvoerig onderzocht worden. Om vast te kunnen stellen in welk stadium de aandoening zich bevindt wordt de kromstand van de vingers gemeten.

Welke onderzoeken worden gedaan?
In principe is alleen lichamelijk onderzoek voldoende. Wanneer een operatie nodig is kan aanvullend onderzoek in de vorm van röntgenfoto’s uitgevoerd worden.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Naaldaponeurotomie
Bij een naaldaponeurotomie wordt tussen de verdikte aponeurose en de huid een mengsel van Prednison-preparaat en Lidocaïne ingespoten. Met een naald wordt vervolgens de contraherende streng doorgeprikt. Tijdens deze behandeling bent u plaatselijk verdoofd, uitgebreide anesthesie is niet nodig. De behandeling duurt ongeveer een half uur. Zes weken lang moet de patiënt strekoefeningen doen met de vinger.


Operatieve behandeling

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren pols wordt meestal verdoofd met een regionaal pijnblok (Bierse blok). Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok toegediend via een infuusnaald in uw arm. De verdoving verspreid zich door uw gehele arm maar niet verder omdat de bloedvoorziening van de arm tijdelijk wordt afgesloten door een speciale opgeblazen band rond de arm.

Tijdens de operatie
Er zijn drie operatieve  mogelijkheden:

1.    Naald fasciotomie
Deze behandeling is geschikt voor patiënten die een streng in de handpalm hebben, maar waarbij de vingers niet krom staan. Deze behandeling vindt plaats onder lokale verdoving. Er wordt een snede van enkele millimeters in de handpalm gemaakt, door deze snede wordt de streng doorgesneden. De effecten van deze ingreep zijn op de lange termijn minder goed dan de effecten van een uitgebreide, standaard operatie. De operatie is daarentegen veel minder belastend dan een uitgebreide operatie. De hand is na een naald fasciotomie meestal na enkele dagen helemaal hersteld.

2.    Partiële fasciectomie
Deze behandeling bestaat uit het zo volledig mogelijk verwijderen van de strengen. De (zigzag) incisie is bij deze ingreep groter dan bij een naald fasciotomie. 

3.    Dermo fasciectomie
Wanneer patiënten eerder geopereerd zijn aan Dupuytren dan is het in enkele gevallen noodzakelijk ook die huid die bij de strengen hoort te verwijderen. Er wordt een stuk huid getransplanteerd (dit wordt bijvoorbeeld van uw onderarm gehaald). Deze huid wordt over de wond gelegd. Deze behandeling heeft als voordeel dat het langer duurt voordat de ziekte op dezelfde plek weer ontstaat.

Hechtingen
De wondjes worden gehecht met  hechtingen en/of met kleine hechtpleisters die op de huid worden geplakt. De hechtingen worden na 14 dagen verwijderd.

Na de operatie
Opnameduur
Een operatie aan Dupuytren gebeurt altijd in dagbehandeling. 

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn: 

-    Een nabloeding bij de pols;
-    Een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie en in sommige gevallen wordt de wond gespoeld;
-    Schade door de operatie aan structuren rond de pols, zoals pezen, zenuwen of bloedvaten; dit is zeer zeldzaam;

Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien: 
-    een bloeding niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan hebt gedrukt;
-    u heftige pijn ervaart die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
-    een infectie van de wond zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
-    er sprake is van een abnormale zwelling of koorts.

U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370.
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.  


Mitella
De eerste dagen na de behandeling dient u uw hand zo veel mogelijk hoog te houden in een mitella. ’s Nachts kunt u uw arm laten rusten op een kussen. Door uw arm zo veel mogelijk hoog te houden wordt een eventuele zwelling van de hand zo veel mogelijk voorkomen. 

Spalk
In de meeste gevallen ontvangt u een spalk om uw vinger(s). 

Fysiotherapie
Na een operatieve ingreep wordt na ongeveer twee weken gestart met fysiotherapie. Door middel van ondersteuning bij oefeningen zorgt uw fysiotherapeut voor een zo spoedig mogelijk herstel.

Controle
Na een operatie komt u na 2 weken terug voor wondcontrole en verwijderen van de hechtingen. Zes tot acht weken na de operatie komt u voor controle bij uw orthopedisch chirurg.