phone icon 088 - 708 3370 Login medewerkers

Ganglion pols

Aandoening

Ganglion pols


Wat is een ganglion van de pols/vinger?
Een ganglion of slijmcyste is een goedaardige zwelling die vaak voorkomt op de boven- of onderkant van de pols of de vinger. Het is een  kleine, harde, gevoelige uitstulping en ontstaat door een overmatige productie van vocht. Deze overmatige hoeveelheid vocht kan leiden tot een verhoogde druk in het gewricht. Het overmatige vocht moet ergens naartoe, op een zwakke plek kan het gewrichtskapsel uitrekken en kan het vocht naar buiten. Hierdoor ontstaat een uitstulping gevuld met gele geleiachtige vloeistof afkomstig van een naburig gelegen gewricht of peesschede.
Een ganglion verandert vaak spontaan van grootte, soms afhankelijk van het gebruik van de handen en polsen en op termijn kan deze spontaan verdwijnen.

Wat zijn de oorzaken van een ganglion van de pols/vinger?
Een ganglion in de hand of pols ontstaat door een overmatige vochtproductie. Er is bijna nooit een aanwijsbare oorzaak voor deze vochtproductie. Er kan sprake zijn van overbelasting of een plaatselijke irritatie van het gewricht of de peesschede. Daarnaast kan er sprake zijn van slijtage van het gewricht. 
Een ganglion kan plotseling ontstaan of zich in enkele maanden ontwikkelen. Soms verkleint een ganglion na een periode van rust en wordt deze weer groter na activiteit. 


Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
In alle levensfases, maar iets meer bij 50-plussers en vaker bij vrouwen (70%).

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Vaak ervaren patiënten geen pijnklachten van een ganglion. Wanneer de aandoening wel klachten geeft dan zijn deze klachten afhankelijk van de locatie van het ganglion:

Klachten die gepaard gaan met een ganglion aan onderkant van de vinger:

  • een hokkende beweging bij het buigen van de vinger;
  • pijn bij het pakken van dingen;
  • tintelingen in de vinger door druk op de naastgelegen gevoelszenuw.
     

Klachten die gepaard gaan met een ganglion aan het eindgewricht van de vinger:

  • pijn doordat de huid uitrekt;
  • vervorming van de vingernagel;
  • ontstekingsverschijnselen in het gewricht doordat de ganglion spontaan open kan barsten.
     

Een ganglion gelegen onder het polskapsel (zowel aan de onder- als bovenkant van de pols) gaat vaak gepaard met pijn bij buigen en afzetten.
 

Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De diagnose wordt gesteld door uw orthopedisch chirurg. Deze zal naar uw klachten informeren en een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Meestal is er naast het lichamelijk onderzoek geen aanvullend onderzoek nodig.

Welke onderzoeken worden gedaan?
Wanneer er twijfel bestaat over de oorzaak van het ontstaan van het ganglion kan aanvullend onderzoek nodig zijn. Er kan een echo, een röntgenfoto of een MRI-scan gemaakt worden om andere oorzaken uit te sluiten.

Behandeling

Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

De conservatieve behandeling van een ganglion bestaat uit het wegzuigen van de gele, geleiachtige vloeistof waaruit het ganglion bestaat. Dit wordt gedaan door middel van een naald.
Deze behandeling kan effectief zijn, maar de kans is vrij groot dat het ganglion terugkomt. Ook bestaat er een kans op een infectie: het weefsel direct onder de huid kan ontsteken, maar ook het gewricht kan gaan ontsteken. Een ontsteking aan het gewricht kan schadelijk zijn: mogelijk wordt uw hand hierdoor minder beweeglijk.


Operatieve behandeling

Een operatieve ingreep is mogelijk wanneer er sprake is pijn, een drukkend gevoel, tintelingen of minder kracht. 

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren pols wordt meestal verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade), al dan niet in combinatie met een algehele narcose. Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok toegediend door een prik bij uw sleutelbeen of oksel. Dit zorgt er voor dat u tijdes, maar ook nog een aantal uren na de operatie minder tot geen pijn voelt. Deze pijnblokkade is meestal binnen 12 tot 24 uur uitgewerkt. Een ganglion van de vinger kan ook onder lokale verdoving door middel van twee prikken aan de basis van vinger uitgevoerd worden.

Tijdens de operatie
Bij aanvang van de operatie wordt de huid gedesinfecteerd en steriel afgedekt. De orthopedisch chirurg maakt ter hoogte van het ganglion een incisie. Wanneer het ganglion gevonden is wordt deze in zijn geheel, met steel, verwijderd.
In tegenstelling tot een conservatieve behandeling is een operatieve behandeling bijna altijd succesvol op langere termijn.  

Hechtingen
De wondjes worden gehecht met oplosbare hechtingen en/of met kleine hechtpleisters die op de huid worden geplakt. Na tien dagen mag u deze hechtpleisters zelf verwijderen. Bij de vinger worden er vaak niet-oplosbare hechtingen gebruikt.

Na de operatie
Opnameduur
Een operatie aan een ganglion van de pols of vinger gebeurt altijd in de dagbehandeling.

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteedt wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. 

De meest voorkomende complicaties zijn: 

  • een nabloeding bij de pols;
  • een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie en in sommige gevallen wordt de wond gespoeld;
  • schade door de operatie aan structuren rond de pols, zoals pezen, zenuwen of bloedvaten; dit is zeer zeldzaam;
  • er is een kleine kans op het ontwikkelen van koude intolerantie en dystrofie (CRPS).
     

Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien: 

  • een bloeding niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan hebt gedrukt;
  • u heftige pijn ervaart die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
  • een infectie van de wond zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
  • er sprake is van een abnormale zwelling of koorts;
  • het gevoel en de beweeglijkheid in uw vingers, arm en schouder 24 uur na de ingreep nog niet volledig terug is. De pijnblokkade die u krijgt werkt namelijk maximaal 24 uur, daarna moet alles weer normaal functioneren.
     

U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370. 
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.  

Nabehandeling

Na een conservatieve behandeling
 
Wanneer het ganglion door middel van een naald weggezogen is een pleister voldoende. Deze pleister kunt u, indien gewenst, vervangen. Het is belangrijk dat u de plek rondom het wondje goed schoon houdt. Dit verkleint de kans op eventuele infecties en draagt daarmee bij aan een spoedig herstel. De vinger of pols mag gewoon gebruikt worden. 
 
 
Instructies na een operatieve behandeling
 
Wanneer het ganglion operatief verwijderd is krijgt u na de operatie een verband om uw vinger of pols voor 24 uur. U mag uw hand belasten o.g.v. de pijn, maar niet zwaar tillen de eerste 2 weken. 
 
  • Houd uw arm, zolang deze tijdens het naar beneden hangen nog dik wordt, zoveel mogelijk hoog. Doe dit met behulp van bijvoorbeeld kussens en/of een sling. Dit voorkomt extra stuwing, pijn en versnelt de genezing.
  • U mag de arm/hand gewoon gebruiken bij lichte activiteiten, zoals bestek gebruiken, schrijven, aankleden en uitkleden.
     
Hieronder staat een aantal oefeningen voor de gewrichten die niet in het verband zitten. Doe deze drie keer per dag, 5-10 keer per keer tenzij u iets anders verteld is in het ziekenhuis. Gebruik hierbij geen kracht, maar probeer wel een zo groot mogelijke beweging te maken. Als de beweging soepel gaat, kunt u het aantal geleidelijk afbouwen. 
 
Oefening 1: Uw geopereerde arm heffen en draaien in de schouder. 
 
Oefening 2: De elleboog buigen en strekken. 
 
Oefening 3: Uw onderarm draaien, met de elleboog in een hoek van 90 graden. 


 

Oefening 4: De pols op en neer bewegen in de volgende vlakken. 
 

 

Oefening 5: De vingers spreiden en sluiten.
 

 

Oefening 6: De vingers buigen en strekken. Zie onderstaande variaties, de eindpositie telkens 3 seconden vasthouden. 
 

 

Oefening 7: Strek de laatste twee gewrichten van uw vingers met de ‘knokkel’ gebogen. Houd deze stand 3 seconden vast. 
 

 
Oefening 8: Raak met uw duim één voor één uw overige vingertoppen aan, begin met uw wijsvinger. Als u bij uw pink bent, glij dan zover mogelijk met uw duim via uw pink naar beneden (3 seconden vasthouden). 
 

 

Oefening 9: Het topje van de duim buigen en strekken.
 
 

Controle
Zes tot 8 weken na de operatie komt u voor controle bij uw orthopedisch chirurg.