Heupartrose (heupprothese)

Wat is heupartrose?
Wanneer er sprake is van artrose/arthrose in de heup dan is het kraakbeen dat tussen het dijbeen en de kom van het bekken zit versleten of zelfs verdwenen (zie figuur 1). Kraakbeen in gewrichten zorgt ervoor dat de gewrichten soepel beweegbaar zijn. Bij het ouder worden neemt de kwaliteit van het kraakbeen af, dat is een natuurlijk proces en hoeft geen problemen te veroorzaken. Wanneer de afname in kraakbeen kwaliteit ernstige vormen aanneemt kunnen de gewrichten niet meer soepel langs elkaar heen glijden. Hierdoor kunnen pijn en stijfheid ontstaan. Men spreekt in de volksmond vaak over een ‘versleten heup’ als men over heupartrose spreekt.

Figuur 1. heupartrose

 

Wat zijn de oorzaken van heupartrose?
Er zijn verschillende oorzaken van artrose. De belangrijkste oorzaak is ouderdom, doordat men langzaam ouder wordt en het gewricht steeds belast en gebruikt ontstaat er een natuurlijke slijtage. Deze slijtage van de heup kan uiteindelijk klachten geven. Artrose kan ook ontstaan door de aanwezigheid van ander letsel. Onder andere de aandoening artritis kan kraakbeen aantasten, waardoor de laag kraakbeen dunner wordt. Wanneer een ontstekingsreactie van het gewricht de oorzaak is van artrose, is het vaak zo dat de artrose op verschillende plekken in het lichaam voorkomt. Dat komt doordat er in dit geval geen sprake hoeft te zijn van slijtage in één bepaald gewricht. Een ziekte kan het kraakbeen op meerdere plaatsen in het lichaam tegelijk aantasten.
Artrose in de heup kan ook ontstaan door eerder letsel of een eerder trauma aan het gewricht, dit wordt ‘posttraumatische artrose’ genoemd. Wanneer iemand een aangeboren afwijking heeft, zoals bijvoorbeeld heupdysplasie, kan in het heupgewricht versnelde slijtage van het kraakbeen ontstaan. Een femero acetabulaire impingement is ook een steeds vaker erkende oorzaak voor slijtage die op een jongere leeftijd kan ontstaan. 

Er zijn een aantal andere factoren die meespelen bij het ontstaan van artrose. Wanneer iemand met een andere aandoening pijn wil voorkomen en daarom zijn manier van lopen aanpast, kan deze andere belasting artrose veroorzaken. Bovendien kunnen overgewicht, erfelijkheid, intensief sporten en het geslacht (artrose komt vaker voor bij vrouwen) het ontstaan van artrose beïnvloeden.

Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
De kwaliteit van het kraakbeen neemt altijd iets af wanneer men ouder wordt. Wanneer dit overmatig afneemt dan spreekt men van artrose. Oudere mensen hebben daarom meer kans op artrose dan jongeren.

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Bij artrose neemt de kwaliteit van het kraakbeen af. Kraakbeen zorgt ervoor dat botten soepel langs elkaar kunnen bewegen. Met het afnemen van de kwaliteit van het kraakbeen neemt de pijn toe. Wanneer er helemaal geen kraakbeen meer tussen de botten zit dan schuren deze langs elkaar. Dit kan als zeer pijnlijk worden ervaren. Bovendien kunnen er uitgroeisels ontstaan op de botten die langs elkaar schuren en kan er een flinke zwelling rondom het gewricht ontstaan.

Bij beginnende artrose is de pijn vaak draagbaar, de pijn is dan vooral aanwezig in de ochtend of na een lange periode van rust. Er is dan sprake van ‘opstartproblemen’, wanneer men eenmaal in beweging is dan nemen de klachten iets af. Dit komt omdat het gewrichtsvloeistof beter verdeeld raakt in het gewricht waardoor de bewegingen soepeler en met minder pijn kunnen worden uitgevoerd. Bij een vergevorderd stadium van artrose heeft men constant pijn, zelfs in rusttoestand is de pijn dan aanwezig. Behalve pijn zijn er andere symptomen en verschijnselen van artrose in de heup bekend. Wanneer (de kwaliteit van) het kraakbeen afneemt:

-    schuren de botten langs elkaar. Dit kan een schurend en knarsend geluid veroorzaken;

-    worden bewegingen minder soepel en kan de heup stijf worden;

-    worden dagelijkse handelingen als het aantrekken van sokken en schoenen lastiger;

-    wordt het afleggen van (lange) afstanden lastiger.

Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De orthopedisch chirurg zal u tijdens het gesprek op de polikliniek een aantal algemene en specifieke vragen stellen over uw klachten. Tijdens het lichamelijke onderzoek wordt uw heup onderzocht om verder informatie te verzamelen. Daarnaast bekijkt en/of bespreekt de orthopedisch chirurg uw medische geschiedenis zodat eventueel eerder letsel of een mogelijk aangeboren afwijking in het betreffende gewricht bekend is.

Welke onderzoeken worden gedaan?
Meestal is een gesprek en lichamelijk onderzoek voldoende. Aan de hand daarvan kan de orthopedisch chirurg vaak al een diagnose stellen. Een Röntgenfoto van uw heupen zal de diagnose bevestigen. Wanneer er twijfel is over de oorzaak van de artrose kan er aanvullend bloedonderzoek uitgevoerd worden, dit zal in de praktijk echter niet vaak noodzakelijk zijn.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Artrose kan niet worden genezen, maar er bestaan operatieve en niet-operatieve behandelingen om de klachten te verlichten en slijtage van het gewricht te vertragen. 

Medicatie
Uw orthopedisch chirurg kan u medicijnen voorschrijven om de pijn onder controle te krijgen. Paracetamol is een milde pijnstiller met weinig bijwerkingen. Sommige mensen hebben meer baat bij ontstekingsremmers, zoals ibuprofen of aspirine. Een nieuwe generatie ontstekingsremmers, de COX-2 remmers, hebben veelbelovende resultaten laten zien en lijken minder bijwerkingen van de maag te geven dan gewone ontstekingsremmers. Medische onderzoeken hebben aangetoond dat bij sommige patiënten glucosamine en chondroïtine sulfaat kunnen helpen bij het verminderen van de klachten bij artrose. 
Als bij u de symptomen niet onder controle te krijgen zijn, kan uw orthopedisch chirurg u een corticosteroïde-injectie voorschrijven. Een corticosteroïde is een sterk ontstekingsremmend medicijn, maar met bijwerkingen waardoor het gebruik bij artrose beperkt is. Injecties met corticosteroïden kunnen zelf het proces van slijtage versnellen. Een injectie met corticosteroïden kan door de orthopedisch chirurg worden gebruikt om aan te tonen dat uw klachten vanuit het heupgewricht afkomstig zijn.
Herhaalde injecties vergroten ook het risico op een ontsteking van de heup, een septische artritis. Elke keer dat er een naald in het gewricht wordt gestoken is er een kans op een ontsteking. De meeste orthopedisch chirurgen gebruiken corticosteroïden maar heel spaarzaam en vermijden meerdere injecties. 

Fysiotherapie
Fysiotherapie speelt een belangrijke rol in de niet-operatieve behandeling van artrose. Een primair doel is u te leren hoe de symptomen onder controle te brengen zijn en hoe u de gezondheid van uw heup kunt optimaliseren. U leert manieren om de pijn en symptomen te kalmeren, door onder andere gebruik te maken van rust, warmte of massage. Een wandelstok of rollator kan nodig zijn om het lopen te vergemakkelijken. Verdere behandeling bestaat uit spierversterkende oefeningen voor de heupen om het gewricht te stabiliseren en te beschermen tegen schokken. Daarbij kan de fysiotherapeut u tips geven hoe u uw dagelijkse dingen met zo min mogelijk pijn kunt uitvoeren.

Operatieve behandeling

Er zijn verschillende operatieve behandelingen mogelijk:

Kijkoperatie (arthroscopie)
Orthopedisch chirurgen hebben een arthroscoop ter beschikking om het kraakbeen van een gewricht te inspecteren. Een arthroscoop is een miniatuur TV-camera welke via een kleine huidsnede in het gewricht kan worden gebracht. Zo kan het kraakbeen geïnspecteerd worden en kunnen losse kraakbeenfragmenten verwijderd worden. Ook kan het gewricht gespoeld worden met een zoutoplossing, wat de pijn bij sommige patiënten kan verminderen. De kijkoperatie van de heup is een relatief nieuwe procedure en het is nog onduidelijk welke patiënten er baat bij hebben. Daarom wordt dit in de huidige praktijk weinig gebruikt bij patiënten met artrose. Lees hier meer over de arthroscopie van de heup. 

Osteotomie
Wanneer de uitlijning van een heupgewricht veranderd is door ziekte of ander letsel, ontstaat er een verandering in de verdeling van de druk op het gewricht. Deze verandering in druk leidt tot meer pijn en snellere slijtage van het gewrichtsoppervlak. In sommige gevallen kan een operatie waarbij de heup weer in een rechte lijn gezet wordt ervoor zorgen dat de druk verplaatst wordt naar de nog gezonde delen van de heup. Het doel is om de krachten te verdelen over een groter oppervlak in het heupgewricht. Dit kan ervoor zorgen dat de pijn minder wordt en verdere slijtage voorkomen wordt.

Tijdens de operatie
De procedure om het gewricht weer in lijn te zetten heet een osteotomie. Bij deze procedure wordt de stand van ofwel de heupkom, ofwel de femurkop veranderd. Deze operatie is echter niet altijd succesvol. In het algemeen wordt de pijn naderhand minder, maar verdwijnt niet. Het voordeel van een osteotomie is dat zeer actieve mensen hun eigen heup behouden en dat wanneer het bot eenmaal genezen is, zij kunnen bewegen in dezelfde mate als voor de artrose. Een osteotomie is in het beste geval slechts tijdelijk. Het stelt alleen het moment waarop een kunstheup nodig is uit. 

Heupprothese
Het plaatsen van een heupprothese, beter bekend als de kunstheup, is de uiteindelijke oplossing voor heupartrose. Artsen plaatsen een heupprothese bij voorkeur bij mensen ouder dan 50 jaar. Dit is omdat jongere patiënten in het algemeen actiever zijn, waardoor er teveel druk op het gewricht komt en de prothese kan slijten, los kan gaan zitten of zelfs kan breken. Een hersteloperatie uitvoeren is een veel moeilijker procedure met meer complicaties en is meestal minder geslaagd dan de eerste heupoperatie.

Voor de operatie
Het besluit om een heupprothese te plaatsen moeten u en uw orthopedisch chirurg gezamenlijk nemen en alleen nadat u zich goed geïnformeerd voelt over de ingreep. De orthopedisch chirurg zal vaststellen welke bewegingsvrijheid u hebt om zo te kunnen vergelijken met na de operatie. Als het besluit om te opereren eenmaal genomen is, zijn er verschillende dingen die gedaan moeten worden. Voor de opname in het ziekenhuis wordt u meestal poliklinisch onderzocht door de anesthesioloog en soms door de internist, de longarts of de cardioloog. Verder krijgt u een lichamelijke screening, bestaande uit een lichamelijk onderzoek, bloed- en urineonderzoek en een hartfilmpje (ECG). Soms wordt er een röntgenfoto van de longen gemaakt. Dit is noodzakelijk om u lichamelijk zo goed mogelijk op de operatie voor te bereiden.

Anesthesie
De operatie gebeurt onder narcose of plaatselijke verdoving (ruggenprik). Plaatselijke verdoving kan worden gecombineerd met een slaapmiddel, waardoor u weinig of niets van de operatie merkt. De anesthesioloog bespreekt met u uw voorkeur.

De heupprothese
Er zijn twee typen heupprothesen; het belangrijkste verschil tussen beide is de manier van vastzetten. Er bestaan een gecementeerde en ongecementeerde heupprothese. De gecementeerde prothese wordt op zijn plaats gehouden door epoxy cement, dit hecht het metaal aan het bot. De ongecementeerde prothese heeft een oppervlak van fijne gaatjes waar het bot in kan groeien en zo de prothese kan fixeren.

De orthopedisch chirurg kiest op basis van uw situatie of de prothese met of zonder cement (cementloos) wordt vastgezet. Elke totale heupprothese bestaat uit 2 delen, waaronder een kom (de acetabulumcomponent) welke het acetabulum vervangt. Deze component is gemaakt van metaal met daarin een plastic bekleding.

Tijdens de operatie
De heup kan op verschillende manieren worden benaderd. Bij OCON wordt gebruik gemaakt van de posterolaterale benadering, wat wil zeggen dat de huidsnede aan de zij- en achterkant van de heup gemaakt wordt. Als het heupgewricht eenmaal open is, wordt de heup uit de kom gehaald. De heupkop kan dan afgezaagd worden. De kom wordt met speciale apparatuur op maat gemaakt voor het prothesecomponent. Nadat de kom bewerkt is, zoekt de orthopedisch chirurg de kom met de juiste pasvorm. Het metalen kommetje wordt door de speciale pasvorm op zijn plaats gehouden. In enkele gevallen is het nodig extra schroeven te plaatsen. Met speciale raspen wordt vervolgens het bovenbeen uitgehold zodat de femurcomponent geplaatst kan worden. Wanneer de grootte en vorm naar wens is, wordt de steel in het gemaakte kanaal geplaatst. Wanneer de steel eenmaal zit, wordt daarop de kop geplaatst. De kop past precies in de kom. Het hele heupgewricht wordt dus vervangen door een kop en kom die precies in elkaar passen. De operatie duurt één tot anderhalf uur.

Hechtingen
Wanneer de orthopedisch chirurg tevreden is, wordt de heup in de kom geplaatst. De huid wordt in lagen gesloten. De lagen direct rondom het gewricht worden gesloten met oplosbare hechtingen. De huid wordt dicht gemaakt met metalen nietjes. Daarna wordt de wond verbonden en wordt u naar de uitslaapkamer gebracht.

Medicatie
Tijdens en soms ook enige dagen na de ingreep krijgt u antibiotica om de kans op infectie te verkleinen. 

Na de operatie
Na de operatie en het verbinden van de wond gaat u naar de uitslaapruimte, waar u de eerste uren intensieve bewaking en controle krijgt. Er wordt een controlefoto gemaakt van uw geopereerde heup. Sommige patiënten zijn na de ingreep wat misselijk. Als u voldoende hersteld bent, gaat u terug naar de orthopedie afdeling.

Medicatie
Het litteken zit aan de zijkant/achterkant van de heup en is ongeveer 15 cm lang. U moet er rekening mee houden dat u enkele dagen pijn kunt hebben, maar u krijgt hiervoor goede pijnstillers. Na de operatie hebt u een infuus voor toediening van vocht.

Opnameduur
Normaal gesproken kunt u na 5 dagen naar huis. Het zelfstandig in en uit bed komen en het traplopen zijn een vereiste. Er kan thuiszorg geregeld worden wanneer blijkt dat dit nodig is.

Voor meer informatie over de heupprothese zie onze brochure "de heupprothese".

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn: 

-    Een infectie van de heupprothese of het gebied rondom de prothese;
-    Luxatie: de kop van de kunstheup schiet uit de kom. De kans hierop is de eerste drie maanden na de operatie het grootst. U dient zich daarom goed aan de bewegingsinstructies te houden en tijdens de revalidatie goed op te letten;
-    Een nabloeding;
-    Beenlengteverschil;
-    Trombose. Om dit te voorkomen krijgt u gedurende 4 weken medicijnen tegen de vorming van bloedstolsels, in de vorm van dagelijkse injecties in de huidplooi van de buik;
-    Zenuwbeschadiging (verlamming van het been);
-    Na langere tijd kan de heupprothese loslaten.

Contact opnemen
De wond kan lang gevoelig blijven. Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien:

-    De wond gaat lekken en u koorts krijgt;
-    De wond dik wordt en/of meer pijn gaat doen;
-    U niet meer op het been kunt staan, terwijl dit voorheen goed mogelijk was.

De kans op infectie, ook in de toekomst, blijft bestaan. U moet uw huisarts, tandarts of specialist van tevoren inlichten bij het trekken van een tand of kies, bij een tandwortelbehandeling en bij een operatie of andere inwendige ingreep. U krijgt dan preventief antibiotica voorgeschreven.

U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370.
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.


Fysiotherapie
De eerste dag na de operatie begint u met de fysiotherapeut en verpleegkundige met revalideren. In kleine stapjes worden de oefeningen in de loop van uw verblijf opgebouwd. In het begin leert u lopen met een looprekje en dan met krukken. De fysiotherapeut laat zien wat de beste manier is om in en uit bed te stappen en verder wordt u geleerd hoe u het beste kunt gaan liggen, zitten, opstaan, staan en lopen. U wordt naast loopoefeningen geadviseerd de enkel en knie te bewegen om de zwelling in het been te helpen verminderen.

Revalidatie
Gemiddeld genomen kunnen patiënten 8 weken na de operatie lopen zonder krukken/hulpmiddelen. Ongeveer na 8-12 weken kunnen patiënten weer fietsen en autorijden. U wordt geadviseerd te wachten met autorijden totdat u op controle geweest bent en totdat u voldoende controle heeft over uw been om goed te kunnen reageren in noodsituaties. De fysiotherapie wordt thuis voortgezet.

Medicatie
U krijgt gedurende 10 dagen pijnstillers en een maagbeschermer voorgeschreven. Ook krijgt u na de operatie medicijnen om trombose te voorkomen. Deze worden toegediend middels een dagelijkse injectie. De medicijnen worden tot 6 weken na de operatie gegeven. Alleen voor mensen die bloedverdunners via de trombosedienst krijgen geldt dat zij in plaats hiervan hun eigen tabletten gebruiken.

Controle
U komt 6-8 weken na de operatie ter controle op de poli orthopedie. Voorafgaand aan deze afspraak, wordt er een Röntgenfoto van uw heup gemaakt.

Leefregels
U dient zich te houden aan de volgende leefregels:

-    Ga bij voorkeur zitten op een harde, hoge stoel met armleuningen;
-    Was u bij voorkeur aan de wastafel. Als het mogelijk is, ga dan zittend douchen. Wij raden u af om te baden in een ligbad;
-    Ga niet met uw knieën over elkaar zitten;
-    Bij het oprapen van voorwerpen van de grond kunt u gebruik maken van een ‘helpende hand’;
-    Probeer te voorkomen dat u uw lichaam draait, terwijl uw gewicht op het geopereerde been rust. Bijvoorbeeld wanneer u plotseling wilt omkijken;
-    Wij adviseren u om de eerste acht weken na de operatie op uw rug te slapen met een kussen tussen uw benen.

Voor meer informatie over de nabehandeling na een heupprothese zie ook onze brochure De totale heupprothese