Mallet finger, hamervinger

Mallet finger (hamervinger)

Wat is een mallet finger?
Mallet is het Engelse woord voor hamer. Een mallet finger, ook wel hamervinger genoemd, is een aandoening van een vinger waarbij het vingertopje in buigstand blijft staan en niet meer gestrekt kan worden. Een afgescheurde pees is de oorzaak van het niet meer kunnen strekken van de vinger. In combinatie met reumatische aandoeningen of bij een chronische mallet finger kunnen, naast het kromme vingertopje, andere standsafwijkingen van de vinger ontstaan zoals een zwanenhalsdeformiteit (Swan neck) of een knoopgatdeformiteit (Boutonnière).

Wat zijn de oorzaken van een mallet finger?
Een mallet finger ontstaat door het stoten van de gestrekte vinger. Hierdoor scheurt de strekpees los van de aanhechting aan het bot van het laatste vingerkootje. Dit kan samengaan met het losscheuren van een groot of klein botstukje van dit vingerkootje. Het stoten van de gestrekte vinger kan ontstaan bij het opmaken van een bed of wanneer er tijdens het sporten een bal tegen de vinger komt.


Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Een mallet finger kan bij iedereen ontstaan die een gestrekte vinger stoot. De aandoening komt voor in alle levensfasen.

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Bij een mallet finger is het eerste gewricht vanaf de vingertop gezien pijnlijk en gezwollen. Het topje van de vinger kan niet actief gestrekt worden. Met behulp van andere vingers kan het topje wel (passief) gestrekt worden. In het dagelijks leven stoten patiënten de mallet finger makkelijk en blijven zij snel met de vinger achter iets haken.


Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De diagnose mallet finger wordt gesteld door uw orthopedisch chirurg. Deze zal u vragen naar uw klachten en zal een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Op basis hiervan kan meestal de juiste diagnose gesteld worden.

Welke onderzoeken worden gedaan?
Indien wenselijk kan een röntgenfoto gemaakt worden om te controleren of de pees met of zonder een stukje bot losgescheurd is van het eindkootje.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Spalk
Een spalk is de meest voorkomende conservatieve behandeling van een mallet finger. Deze spalk zorgt ervoor dat het vingertopje overstrekt is. Dit geeft de pezen de mogelijkheid om weer aan elkaar te groeien. De pezen zijn tijdens dit proces zeer kwetsbaar: wanneer het vingertopje in de periode van herstel (6-8 weken) één keer gebogen wordt dan kunnen de pezen weer losscheuren.


Operatieve behandeling

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren vinger wordt meestal verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade), al dan niet in combinatie met algehele narcose. Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok toegediend door een prik bij uw sleutelbeen of oksel. Dit zorgt ervoor dat u tijdens, maar ook nog een aantal uren na de operatie minder tot geen pijn voelt. Deze pijnblokkade is meestal binnen 12 tot 24 uur uitgewerkt.

Tijdens de operatie
Een operatieve behandeling is alleen nodig wanneer de strekpees samen met een relatief groot stuk bot losgescheurd is. Er zijn verschillende factoren van belang bij de beslissing om een operatie uit te voeren:

Open mallet
Wanneer het vingertopje open hangt en loshangt, hierbij is er sprake van ernstig peesletsel.

Gesloten mallet duim
Omdat een conservatieve behandeling bij een mallet van de duim veel minder effectief is wordt dit vaak operatief behandeld.

Avulsie fractuur 
Een avulsie fractuur met een fragment groter dan 1/3e van het gewrichtsoppervlak. Onbehandeld leidt dit tot subluxatie en scheefstand DIP gewricht en verhoogde kans op slijtage. De behandeling bestaat uit het zetten van de breuk en inbrengen van kleine pennetjes (k-draden) of open repositie en schroef.

Ineffectieve conservatieve behandeling
Wanneer de niet-operatieve behandeling niet geslaagd is kan alsnog een operatieve behandeling uitgevoerd worden. De peesuiteinden worden aan elkaar gehecht en er wordt tijdelijk een pin ingebracht om de vinger recht te houden.

Hechtingen
De wondjes worden gehecht met oplosbare hechtingen en/of met kleine hechtpleisters die op de huid worden geplakt. Na tien dagen mag u deze hechtpleisters zelf verwijderen.

Na de operatie
Opnameduur
Een operatie aan een Mallet vinger gebeurt altijd in dagbehandeling. 

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn: 

-    Een nabloeding bij de pols;
-    Een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie en in sommige gevallen wordt de wond gespoeld;
-    Schade door de operatie aan structuren rond de pols, zoals pezen, zenuwen of bloedvaten; dit is zeer zeldzaam. 

Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien: 
-    een bloeding niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan hebt gedrukt;
-    u heftige pijn ervaart die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
-    een infectie van de wond zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
-    er sprake is van een abnormale zwelling of koorts.

U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370. 
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.  


Spalk
Na de behandeling ontvangt u een spalk. Dit spalkje moet u dragen omdat u uw vingertop in eerste instantie niet mag buigen. De duur van het dragen van dit spalkje is afhankelijk van de behandeling die u gehad hebt, dit kan variëren van twee tot zes weken. 

Fysiotherapie
Direct na de behandeling kunt u begeleid worden door een fysiotherapeut. De therapeut kan u direct na de ingreep onder andere begeleiden bij het schoonmaken van uw vinger. 

Oefeningen
Na zes tot acht weken mag u uw vingertopje voorzichtig beginnen te bewegen. U mag het spalkje tot maximaal vijf keer per dag afdoen om uw vinger actief te strekken. Wanneer u niet oefent moet u het spalkje wel dragen. Oefeningen mogen niet erg pijnlijk zijn, 30 minuten nadat u geoefend hebt moet de pijn verdwenen zijn. Verminder de intensiteit van de oefeningen als dit niet het geval is. Uiteindelijk mag het spalkje helemaal af. Het is wel aan te raden om het spalkje tot 12 weken na de ingreep te dragen wanneer u zwaar werk moet uitvoeren. 

Controle
Zes tot acht weken na de operatie komt u voor controle bij uw orthopedisch chirurg.