Osteochondritis dissecans van de knie

Wat is osteochondritis dissecans van de knie?

Bij osteochondritis dissecans is er sprake van kraakbeenletsel in de knie. Van de knie sterft een klein stukje bot af, er ontstaat een klein eilandje van bot (een zogenaamde gewrichtsmuis) net onder het kraakbeen (zie figuur 1). In meer ernstige gevallen laat het boteilandje zelfs los, samen met een hierop vastzittend stukje kraakbeen. Kraakbeenbeschadiging kan pijn in de knie veroorzaken en heeft invloed op de beweeglijkheid van de gewrichten. Osteochondritis dissecans van de knie (osteochondritis dissecans knee) bevindt zich meestal aan de binnenkant van de knie, op de plaats van de mediale femurcondyl.

Figuur 1. Osteochondritis dissecans in de knie

Wat zijn de oorzaken van osteochondritis dissecans?

De oorzaak van osteochondritis dissecans is niet bekend. Er zijn echter een aantal factoren die van invloed lijken te zijn op het ontstaan van osteochondritis dissecans.

Overbelasting
Door overbelasting kan kraakbeen beschadigd raken. Overbelasting lijkt een oorzaak te zijn van het ontstaan van de aandoening, omdat het vaak voorkomt bij intensieve sporters.

Een slechte doorbloeding
Naast overbelasting wordt een slechte doorbloeding in de knie vaak aangewezen als de oorzaak van het ontstaan van osteochondritis dissecans. Door een slechte doorbloeding kan bot afsterven en uiteindelijk loslaten.

Geslacht
Ook lijkt het geslacht van invloed te zijn op het ontstaan van osteochondritis dissecans. Bij mannen komt de aandoening vaker voor dan bij vrouwen.

Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Osteochondritis dissecans komt vooral voor bij tieners die in de groei zijn. Met name in de puberteit komt de aandoening voor. De slechte doorbloeding kan een verklaring zijn voor het feit dat deze aandoening vooral voorkomt bij tieners, want in de groei kunnen er lokale doorbloedingsproblemen ontstaan. 

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Niet iedereen met osteochondraal letsel ervaart pijn. In de fase waarin het boteilandje nog vastzit, heeft men vaak nog geen klachten. In een fase verder, waarbij het boteilandje losligt van het omgevende bot, maar nog wel op zijn eigen plek ligt, ontstaan vaak pijnklachten tijdens belasting en zwelling van het gewricht na inspanning. Indien het boteilandje, samen met het hierop vastzittende stuk kraakbeen, helemaal los zit en van zijn plek komt ontstaan naast pijn en zwelling ook vaak blokkades van de knie (slotklachten).

Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De orthopedisch chirurg vraagt u naar de aard van uw huidige klachten. Ook voert hij of zij een aantal specifieke tests uit tijdens het lichamelijke onderzoek. Op een röntgenfoto zal de osteochondritis dissecans zichtbaar zijn.

Welke onderzoeken worden gedaan?
Er wordt een röntgenfoto van uw knie gemaakt. De klachten van osteochondritis dissecans kunnen lijken op klachten die ook bij andere aandoeningen van de knie optreden, zoals een gescheurde meniscus. De röntgenfoto geeft uitsluitsel. Hierop is de osteochondritis dissecans zichtbaar. Eventueel kan er een MRI-scan worden gemaakt. Een MRI-scan geeft, naast de aanwezigheid van de aandoening, tevens de aanwezigheid van een beschadiging van het kraakbeen weer. Daarnaast kan de ernst van de kraakbeenschade in de knie in beeld gebracht worden.


Behandeling

Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Spontane genezing
Indien bij de patiënt de groeischijven nog niet gesloten zijn bestaat er een grote kans dat er spontane genezing optreedt. Er mag belast worden op geleide van de klachten. Alleen bij volledige loslating van het boteilandje met het hierop vastzittende kraakbeen bestaat er een reden een operatieve ingreep te verrichten.

Operatieve behandeling

Voor de operatie
Fysiotherapeut
U krijgt een consult bij de sportfysiotherapeut van onze sportmedische kliniek, OCON-Sport. Hij verricht een aantal metingen, stelt een oefenprogramma met u op ter voorbereiding op de operatie en neemt de revalidatie na de operatie met u door. Ook adviseert hij u in de keuze van een behandelend sportfysiotherapeut bij u in de buurt, en neemt contact met hem/haar op. Indien u al een behandelend fysiotherapeut heeft zal de behandeling aan hem/haar worden overgedragen.

Anesthesie
Voordat u geopereerd kunt worden krijgt u een afspraak bij de anesthesist. Hier wordt uw gezondheidstoestand beoordeeld en wordt met u afgesproken welk type verdoving u krijgt tijdens de operatie: algehele narcose of een ruggenprik.

Tijdens de operatie
Indien bij de patiënt de groeischijven gesloten zijn en er klachten van de osteochondritis dissecans haard aanwezig zijn, dan bestaat er een indicatie voor een operatieve ingreep. De gekozen ingreep hangt af van de fase. Indien het boteilandje losligt van het omgevende bot, maar nog wel op zijn eigen plek ligt, wordt het boteilandje op zijn plek gefixeerd. Dat gebeurt met behulp van een kijkoperatie waarbij een klein oplosbaar schroefje wordt gebruikt, die onder het kraakbeenoppervlak komt te liggen.

Wanneer het boteilandje van zijn plek is gekomen wordt geprobeerd op dezelfde wijze het fragment te fixeren op de plaats waar hij vandaan komt. Indien dit niet lukt, worden uit dezelfde knie van een andere plaats kokertjes bot met kraakbeen verplaatst naar de plek van de osteochondritis dissecans haard. Dat is een OATS (Osteo Articlar Transfer System) plastiek of Mozaik plastiek. Dat gebeurt met behulp van een mini open procedure, onder direct zicht.

Hechtingen
De wond wordt zo nodig gehecht met oplosbare hechtingen; soms zullen er ook hechtpleisters op de huid worden geplakt. Na tien dagen mag u deze hechtpleisters zelf verwijderen.

Na de operatie
Opnameduur
U blijft in principe 1 nacht in het ziekenhuis, de opname is op de dag van de operatie.

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. Algemene complicatierisico’s bestaan onder andere uit een nabloeding, een wondinfectie, een trombosebeen of zenuwuitval. Gelukkig komen deze complicaties niet vaak voor.

Contact opnemen
Neem contact op met uw behandelend arts indien:
- de hele knie abnormaal dik wordt en/of meer pijn gaat doen;
- u niet meer op het been kunt staan, terwijl dit eerder goed mogelijk was;
- u koorts heeft boven 38,5 graden Celsius;
- uw kuit dik, warm, rood en pijnlijk is (dat kan wijzen op een trombosebeen);
- u het vanwege andere redenen niet vertrouwt.


Nabehandeling

In het ziekenhuis
U krijgt van onze sportfysiotherapeuten de eerste instructies:
-    Hoe moet u lopen met krukken;
-    hoe moet u uw knie buigen en strekken;
-    welke specifieke oefeningen u moet doen.

Naar huis
U wordt vanaf dat moment verder begeleid door uw eigen sportfysiotherapeut. Start op dag 2 na de operatie met de revalidatie bij uw eigen sportfysiotherapeut. Maak hierover zelf al vóór de operatie afspraken.

Revalidatie
De revalidatie vindt plaats onder begeleiding van de sportfysiotherapeut. Houd rekening met een periode van herstel van gemiddeld drie tot zes maanden. Het revalidatieprotocol gaat niet uit van tijd maar van kwaliteit: u doorloopt een aantal stappen en mag van de ene stap naar de andere stap indien u aan vooraf bepaalde voorwaarden voldoet. De ene patiënt doorloopt het revalidatieprotocol sneller dan de andere.

U mag direct na de operatie met 10% van het gewicht de geopereerde knie belasten, voor de duur van 6 weken, ondersteund door een tweetal krukken. Daarna mag de belasting worden opgebouwd naar 100%, op geleide van de klachten.

Medicatie
Indien u pijn na de behandeling ervaart kunt u pijnstillers gebruiken.

Controle
U komt 6 weken en 6 maanden na de operatie ter controle op de polikliniek.