Patellofemoraal pijnsyndroom

Patellofemoraal pijnsyndroom bij jeugdigen

Wat is het patellofemoraal pijnsyndroom (PFS)?
Het PFS is een aandoening waarbij aan de voorzijde van de knie rond de knieschijf (patella) spontaan klachten zijn ontstaan, die met name bij belasting verergeren en waarbij geen duidelijke orthopedische afwijkingen aantoonbaar zijn met behulp van onderzoek. Synoniemen voor deze aandoening zijn ook wel “Retro Patellaire Chondro Pathie” (RPCP), “chondropathie van de patella”, “chondromalacie van de patella”of “meisjes knie”.

 

Wat zijn de oorzaken?
Over de oorsprong van deze klachten is nog maar heel weinig medisch bekend. Omdat de klachten zich vooral bij meisjes voordoen vanaf het begin van de puberteit en na het 20e levensjaar meestal wel weer verdwijnen, wordt enig verband met oestrogeen gesuggereerd. Soms is er een slechte sporing van de knieschijf door spierzwakte, afwijkende vorm van knieschijf of bovenbeen, of overmatige X-benen, maar meestal zijn er geen orthopedische afwijkingen te zien.

Wat zijn de klachten en symptomen?
Meestal zijn er klachten aan de voorzijde van de knie rond de knieschijf bij activiteiten waarbij er extra druk op de knieschijf komt, zoals traplopen, uit hurkzit omhoog komen, fietsen tegen de wind in of de brug op, enz. Soms wordt een krakend of knisperend gevoel beschreven door de patiënt.

Eigenlijk wordt nooit zwelling of roodheid gevonden, dat duidt meestal op een andere oorzaak. Ook klachten die ontstaan zijn na een val op de knie of een knieschijf die uit de kom geweest is vallen niet onder het PFS.

Welke diagnostiek en onderzoek worden er gedaan?
Voor de orthopedisch chirurg zijn meestal het verhaal van de patiënt en het lichamelijk onderzoek (provocatie van de knieschijf, pijn bij bepaalde testjes) voldoende om de diagnose te stellen. Vaak wordt wel een röntgenfoto gemaakt om afwijkende anatomie van knieschijf of bovenbeen uit te sluiten. Bij niet geheel duidelijke correlatie tussen de klacht en de bevindingen bij lichamelijk onderzoek en foto, kan een MRI overwogen worden; dat levert echter zelden een behandelbare oorzaak op. Dat geldt ook voor een kijkoperatie.


De behandeling
In het algemeen is de behandeling niet-operatief. Uitsluitend als er sprake is van een anatomisch ernstig afwijkende stand van het been zou een operatie verlichting kunnen geven.
Voor operaties in alle andere gevallen is geen enkel medisch wetenschappelijk onderbouwd bewijs.
De behandeling is vooral gericht op het versterken van de bovenbeenspieren (eventueel met fysiotherapie), het aanpassen van de (sport-)belasting, en in sommige gevallen met een speciaal bandje dat onder de knieschijf gedragen kan worden. Het is vooral van belang te weten dat de klachten uiteindelijk vanzelf over gaan en niet ernstig zijn.