Platvoet, spreidvoet

Wat is een platvoet?
Iedere voet is anders, er zijn vele vormen en standen van een voet die als normaal beschouwd worden. Bij een gezonde stand van de voet zit er tussen de oppervlakte waarop men staat en de onderkant van de voetboog (het mediale gewelf) zo’n 1,3 centimeter. Wanneer deze ruimte kleiner is dan 1,3 centimeter dan wordt er gesproken van platvoeten of spreidvoeten (pes planotransversus). Bij patiënten met een platvoet is de voetboog aan de binnenkant van de voet doorgezakt. Bij ernstige gevallen raakt de voetboog zelfs de vloer aan, er is letterlijk sprake van een platte voet.


Er zijn twee soorten platvoeten:
De fysiologische platvoet (soepele platvoet)
De fysiologische platvoet (spreidvoet) is bij kinderen normaal, het is een normaal verschijnsel bij de ontwikkeling van de voet. Bij een fysiologische platvoet is er sprake van een platvoet wanneer men op de voet staat. Wanneer men op de tenen gaat staan en de voet uitstrekt is er echter wél een normale voetboog te zien.

De pathologische platvoet (stijve platvoet)
De pathologische platvoet (spreidvoet) is een stijve platvoet. Ook wanneer men op de tenen gaat staan is er geen normale voetboog zichtbaar, de voet blijft plat. Bij lichamelijk onderzoek blijkt bij deze vorm van platvoeten dat er sprake is van stijfheid in de achter- en middenvoet.

Wat zijn de oorzaken van platvoeten?
Het overgrote deel (ongeveer 90%) van de platvoeten is soepel en slechts een minderheid is stijf (ongeveer 10%). Soepele platvoeten (ook wel fysiologische platvoeten genoemd) zijn bij kinderen een natuurlijk verschijnsel, het hoort bij de ontwikkeling van de voet. Bij volwassenen kunnen soepele platvoeten een gevolg zijn van een te korte kuitspier of een verkeerde stand van de benen, maar dit hoeft niet.

Pathologische platvoeten ( stijve platvoeten) zijn vaak aangeboren. Deze afwijking wordt vaak al vrij snel na de geboorte vastgesteld. Deze vorm van platvoeten hebben vele mogelijke oorzaken, meestal ontstaan zij door vergroeide botjes in de voet. Ook andere aandoeningen of ziektes kunnen platvoeten veroorzaken:
-    reumatoïde artritis
-    artrose
-    neurologische aandoeningen
-    disfunctionerende pezen aan de zijkanten van de voet

Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Platvoeten komen in elke levensfase voor en kunnen in elke levensfase ontstaan. Soepele platvoeten komen in de kinderjaren voor en verdwijnen uiteindelijk rond het 7e-10e jaar. Wanneer deze platvoeten niet verdwijnen of later terugkomen dan spreekt men van verkregen platvoeten. Stijve platvoeten zijn een aangeboren afwijking en komen ook in elke levensfase voor.

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Soepele platvoeten komen veel voor. Bij kinderen is dit onderdeel van de natuurlijke ontwikkeling van de voet, de platvoeten geven dan meestal geen klachten. Bij volwassenen zijn soepele platvoeten ook vaak pijnloos, maar bij ernstige vormen van platvoeten kan er sprake zijn van voetpijn, kuitpijn of een vermoeid gevoel. Daarnaast kan de gewijzigde stand van de voet een doorgezakte voorvoet veroorzaken. Een doorgezakte voorvoet kan pijnlijk zijn, men spreekt dan van metatarsalgie.

Stijve platvoeten gaan vaak gepaard met pijn die uitstraalt naar de enkel of zelfs naar het been en de knie. Maar niet iedereen met platvoeten heeft klachten, soms worden platvoeten pas ontdekt wanneer er om een andere reden röntgenfoto’s worden gemaakt van de voeten. Wanneer de voetwortelbeentjes helemaal vergroeid zijn dan ervaren patiënten vaak geen pijn.

Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De orthopedisch chirurg zal een lichamelijk onderzoek uitvoeren en hierbij goed kijken naar de stand van de voet. De orthopedisch chirurg zal u vragen om een stukje te lopen zodat de afwikkeling van de voet gecontroleerd kan worden. Daarnaast zal er een gesprek gevoerd worden over de medische voorgeschiedenis van de patiënt, eventuele eerdere blessures/letsels aan de voeten zullen besproken worden. Wanneer de diagnose ‘soepele platvoet’ gesteld wordt is nader onderzoek meestal niet nodig.

Welke onderzoeken worden gedaan?
Bij soepele platvoeten is lichamelijk onderzoek vaak voldoende. Wanneer de orthopedisch chirurg een stijve platvoet heeft geconstateerd wordt er een röntgenfoto gemaakt. Op deze röntgenfoto zijn eventuele vergroeiingen van de beentjes in de voet zichtbaar, soms is hiernaast nog een aanvullend onderzoek nodig.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Steunzolen
Door het dragen van steunzolen wordt de voetboog beter ondersteund, komt de voet rechter te staan en neemt de overbelasting op de pezen af. In veel gevallen, met name als er sprake is van een soepele platvoet, is dit voldoende om de klachten te verhelpen. Ook wanneer er geen klachten zijn dan kan het gebruik van goede zooltjes voldoende zijn.

Schoenen
Als een steunzool alleen onvoldoende ondersteuning kan bieden kan een schoen (stevige confectieschoen of eventueel aangepast schoeisel) extra steun bieden.

Gips
Als er sprake is van een ernstige overbelasting van de platvoet kan in eerste instantie worden gekozen voor een gipsbehandeling. Hierbij wordt de voet voor een periode (meestal 4 - 8 weken) in een goede stand geïmmobiliseerd. Als de voet tot rust gekomen is kan daarna gebruikt worden gemaakt van een steunzool en/of een (aangepaste) schoen.

Operatieve behandeling

Voor de operatie
Anesthesie
In vrijwel alle gevallen zal worden gekozen voor een ruggenprik, of algehele narcose. De keuze voor de vorm van anesthesie wordt voor de opname op de pre-operatieve polikliniek door de anesthesioloog met u besproken.

Tijdens de operatie
Een operatie aan platvoeten is een ingrijpende behandeling. Afhankelijk van de oorzaak van de platvoet wordt besloten welke operatieve behandeling precies plaats gaat vinden. Wanneer de platvoet soepel is en beweging nog mogelijk is dan wordt er een operatie uitgevoerd die de gewrichten in de achtervoet spaart. Bij een dergelijke operatie worden pezen verplaatst en versterkt en wordt de stand van botten gewijzigd, zonder dat hierbij gewrichten opgeheven hoeven worden. Als er sprake is van een rigide (niet soepele platvoet) kan het nodig zijn om één of enkele gewrichten van de achtervoet chirurgisch vast te zetten (zie voor nadere informatie ‘subtalaire artrodese’).

Hechtingen
Wondcontrole en het eventueel verwijderen van de hechtingen gebeurd twee weken na de operatie op de gispkamer.

Na de operatie
Wat gebeurt er direct na de operatie?
Na de operatie wordt het gehele onderbeen 6-12 weken in het gips gezet, zodat de voet rust krijgt om zo goed mogelijk te herstellen. De dag na de operatie krijgt u instructies van de verpleegkundige waarna u het ziekenhuis kunt verlaten.

Opnameduur
Voor een platvoetcorrectie blijft u in principe 1 nacht in het ziekenhuis, de opname is op de dag van de operatie.

Mobiliteit
U dient er rekening mee te houden dat een steunzool wordt geadviseerd om het kans op een recidief te voorkomen. Een schoenaanpassing is in de regel niet nodig.
Nadat het gips is verwijderd mag u de voet weer gaan belasten. In het begin kan dit stijf aanvoelen, dit kan weken tot maanden duren. Sportieve activiteiten kunnen over het algemeen 6 maanden na de operatie hervat worden.

Complicaties
Ondanks een zorgvuldige behandeling waarbij uiterst steriel gewerkt wordt kunnen er complicaties ontstaan. Complicaties komen zelden voor. Na elke operatie kunnen er complicaties als trombose, infecties en nabloedingen ontstaan. Soms is de afwijking aan de voet zo sterk dat het niet mogelijk is om de voet optimaal te corrigeren. Er zal dan na de operatie nog steeds sprake zijn van een platvoet, maar dan in mindere mate.


In het ziekenhuis
Na de operatie wordt een onderbeengips aangelegd. U krijgt van onze fysiotherapeuten instructies hoe u met krukken moet lopen.

Pijnstilling en antitrombose medicatie
Indien u pijn ervaart kunt u pijnstillers gebruiken. U krijgt een recept voor pijnstillers mee, u kunt uw medicatie bij uw apotheek ophalen. Gedurende de gipsbehandeling gebruikt u 1 maal daags Fragmin om trombose te voorkomen. Fragmin wordt door middel van een injectie toegediend.

Poliklinische controle
U komt twee weken na de operatie voor controle op de gipskamer, het gips wordt dan vervangen en de wonden worden gecontroleerd. Na zes weken komt u voor controle bij de orthopedisch chirurg.

Revalidatie en fysiotherapie
De eerste zes weken mag u de voet niet belasten en dient u de voet veel hoog te leggen om zwelling te voorkomen. Na zes weken volgt nog een aantal weken (3-6) een loopgips of een speciale brace (walker), u mag de voet dan ook gaan belasten. Daarnaast wordt gestart met fysiotherapie om de enkel en de voet door middel van oefeningen weer soepel te maken. Na deze operatie wordt aangeraden een steunzool te blijven gebruiken. Een verwijzing hiervoor krijgt u van de orthopedisch chirurg. Sporthervatting kan na 6 maanden plaatsvinden.
NB: De standaard nabehandeling is hier beschreven, in individuele gevallen kan van dit schema worden afgeweken.