Pseudoartrose scaphoid

Pseudoartrose


Wat is pseudoartrose?
Wanneer een breuk in een bot niet binnen afzienbare tijd geneest spreekt men van pseudartrose. Pseudartrose betekent ‘nep gewricht’ en wordt gekenmerkt door een onnatuurlijke beweeglijkheid op de plaats van de breuk. Bij een breuk in het scheepvormig handwortelbeentje (scaphoid) is er in vergelijking met andere botten een redelijk grote kans op het niet genezen van de breuk en de vorming van pseudartrose. Dit komt door de bijzondere doorbloeding van het scaphoid, deze is gemakkelijk verstoord door een breuk. Het risico op pseudoartrose wordt groter wanneer de breuk niet eerste instantie niet (goed) behandeld wordt. 

Wat zijn de oorzaken van pseudoartrose?
Pseudartrose ontstaat na een botbreuk wanneer de genezing  van de breuk uitblijft.


Klachten en symptomen

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Klachten die kenmerkend zijn voor pseudoartrose zijn een verminderde functie van de pols en pijn. Deze pijn kan ontstaan zijn na een ongeluk wat al enige tijd geleden gebeurd is. Pseudoartrose kan vervroegde  slijtage (artrose) van de pols veroorzaken: een SNAC pols


Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De diagnose wordt door uw orthopedisch chirurg gesteld op basis van uw verhaal (de anamnese) en lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. 

Welke onderzoeken worden gedaan?
Er worden standaard röntgenfoto’s van de pols gemaakt en soms een aanvullende CT of MRI scan. Op deze scans kan worden beoordeeld hoe de botkwaliteit en doorbloeding van het scaphoid is. 


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Pseudoartrose wordt soms conservatief behandeld : oefentherapie kan dan helpen.  Vaak wordt een operatieve behandeling aangeraden om slijtage in de pols te voorkomen. 


Operatieve behandeling

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren vinger wordt meestal verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade), al dan niet in combinatie met algehele narcose. Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok toegediend door een prik bij uw sleutelbeen of oksel. Dit zorgt ervoor dat u tijdens, maar ook nog een aantal uren na de operatie minder tot geen pijn voelt. Deze pijnblokkade is meestal binnen 12 tot 24 uur uitgewerkt.

Tijdens de operatie
Het doel van de operatieve behandeling is het stimuleren en fixeren  van de breukdelen van het scaphoid, zodat deze aan elkaar groeien. De breuk wordt vastgezet met een schroef en zo nodig wordt er bot uit het spaakbeen of de bekkenkam en in sommige gevallen allograft bottransplantaat (donormateriaal) toegevoegd worden om dit proces te ondersteunen. 

Hechtingen
De wondjes worden gehecht met losse hechtingen en/of met kleine hechtpleisters die op de huid worden geplakt. De hechtingen kunnen na 14 dagen worden verwijderd.
 

Na de operatie
Opnameduur
Voor operatie blijft u in principe 1 nacht in het ziekenhuis, de opname dag is op de dag van de operatie.

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn: 

  • Een nabloeding bij de pols;
  • Een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie en in sommige gevallen wordt de wond gespoeld;
  • Schade door de operatie aan structuren rond de pols, zoals pezen, zenuwen of bloedvaten; dit is zeer zeldzaam;
  • Het niet vastgroeien van de breukranden;
  • Er is een kleine kans op het ontwikkelen van koude intolerantie en dystrofie (CRPS).


Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien: 

  • een bloeding niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan hebt gedrukt;
  • u heftige pijn ervaart die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
  • een infectie van de wond zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
  • er sprake is van een abnormale zwelling of koorts;
  • het gevoel en de beweeglijkheid in uw vingers, arm en schouder 24 uur na de ingreep nog niet volledig terug is. De pijnblokkade die u krijgt werkt namelijk maximaal 24 uur, daarna moet alles weer normaal functioneren.


U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370. 
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.  


Gips
Gedurende 4 tot 6 weken krijgt u  een vast gips om uw onderarm. Dit gips zorgt ervoor dat uw pols rust krijgt. Hierdoor kan de breuk  aan elkaar groeien. 

Brace en fysiotherapie
Nadat het gips om uw onderarm verwijderd is krijgt u een afneembare brace. In deze periode wordt gestart met handtherapie volgens een vast protocol.  De brace wordt afgebouwd als de breuk genezen is. 

Controle
Zes tot 8 weken na de operatie komt u voor controle bij uw orthopedisch chirurg.

De gehele revalidatie neemt gemiddeld drie tot vier maanden in beslag, gerekend vanaf de operatie. Afhankelijk van het soort werk dat u doet, is dit te hervatten na 6-12 weken.