SNAC

SNAC

Wat is SNAC?
De afkorting SNAC staat voor Scaphoid Nonunion Advanced  Collaps. Bij een SNAC-pols is er sprake van slijtage aan de duimkant van de pols (zie figuur 1). 

Wat zijn de oorzaken van SNAC?
De slijtage aan de duimkant van de pols ontstaat bij een SNAC door een  eerdere breuk in het scaphoid (scheepvormig handwortelbeentje).  Een breuk in dit handwortelbeentje ontstaat vaak bij een val op uitgestrekte polsen. Wanneer de breuk niet genezen is kan er sprake zijn van een verstoorde beweging van de handwortelbeentjes. Hierdoor kan slijtage ontstaan. Een niet-genezen breuk wordt ook wel een non union genoemd.


Figuur 1. SNAC


Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Een SNAC-pols kan bij verschillende leeftijden ontstaan.

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Pijn is de meest voorkomende klacht bij mensen die lijden aan een SNAC-pols. Naast pijn kunnen er problemen ontstaan bij het bewegen van de pols.


Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De diagnose wordt gesteld door een orthopedisch chirurg. Uw orthopedisch chirurg zal u vragen naar uw klachten. Daarnaast zal er een lichamelijk onderzoek uitgevoerd worden. Op basis hiervan kan vaak een juiste diagnose gesteld worden.

Welke onderzoeken worden gedaan?
Uw orthopedisch chirurg kan, naast het lichamelijke onderzoek, besluiten om röntgenfoto’s te laten maken. Deze kunnen de diagnose al dan niet ondersteunen.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Bij milde klachten van een SNAC-pols kan een niet-operatieve behandeling voldoende zijn.

Rust
Door middel van rust kunnen pijnklachten afnemen. Een handtherapeut kan u adviseren over de belasting en rust van de pols.

Spalk
In enkele gevallen zal de handtherapeut een spalk voor u maken of een brace voorschrijven.

Medicatie
Uw orthopedisch chirurg kan u een injectie met een combinatie van een verdovende vloeistof en een krachtige ontstekingsremmer (corticosteroïden) geven om de pijnklachten (tijdelijk) te dempen.


Operatieve behandeling

Wanneer een niet-operatieve behandeling voor onvoldoende resultaat zorgt, kan er gekozen worden voor een operatieve behandeling. De keuze voor de behandeling is onder andere afhankelijk van de ernst van de aandoening.

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren pols wordt meestal verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade). Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok toegediend via een infuusnaald in uw arm. De verdoving verspreidt zich door uw gehele arm, maar niet verder. Dit komt doordat de bloedvoorziening van de arm tijdelijk wordt afgesloten door een speciale opgeblazen band rond de arm. 

Tijdens de operatie
Er zijn verschillende operatieve mogelijkheden:

  • Four corner arthrodese:  Hierbij wordt het Scaphoid verwijderd en worden vier verschillende handwortelbeentjes met elkaar verbonden (zie figuur 2).

  • Polsarthrodese: Hierbij wordt het gehele polsgewricht vastgezet. Hierdoor wordt het kantelen van de pols onmogelijk, maar draaien van de pols is na deze operatie nog wel mogelijk (zie figuur 3).

  • Polsprothese: Hierbij wordt het gehele polsgewricht vervangen door een prothese. Hierdoor kunt u ook na de operatie uw pols blijven bewegen, hoewel de beweeglijkheid minder zal zijn dan voorheen.

  • Proximale rijcarpectomie (PRC): Hierbij wordt de eerste rij handwortelbeentjes verwijderd.


    Figuur 2. Four corner arhtrodese



  • Figuur 3. Polsarthrodese


Hechtingen
De wond wordt altijd gehecht met oplosbare hechtingen en/of met kleine hechtpleisters die op de huid worden geplakt. Na 14 dagen volgt een wondcontrole op de gipskamer, eventuele pleisters worden dan verwijderd.

Na de operatie
Opnameduur
Voor een operatie aan een SNAC-pols blijft u in principe één nacht in het ziekenhuis, de opname is op de dag van de operatie.

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn:
-    Een nabloeding bij de pols.
-    Een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie. In sommige gevallen wordt de wond gespoeld.
-    Schade door de operatie aan structuren rond de pols, zoals pezen, zenuwen of bloedvaten; dit is echter zeer zeldzaam. 
-    Bij een artrodese bestaat er een kans dat het bot niet vastgroeit. 
-    Bij een artroplastiek kan de pols aan kracht verliezen en een prothese kan losraken.
-    Er is een kleine kans op het ontwikkelen van koude intolerantie en dystrofie.

Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien:
-    Er sprake is van een bloeding die niet stopt nadat u er 10 minuten tegenaan het gedrukt.
-    U heftige pijn hebt die niet goed reageert op de pijnmedicatie.
-    Er een infectie ontstaat van de wond die zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus.
-    Er een abnormale zwelling of koorts ontstaat.
-    Het gevoel en de beweeglijkheid in uw vingers, arm en schouder na 24 uur nog niet volledig terug is. De pijnblokkade die u gekregen hebt duurt maximaal 24 uur, daarna moet alles weer normaal functioneren.

U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370.
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.