Stijve elleboog

Wat is een stijve elleboog?
De elleboog bestaat uit drie botten die bij elkaar komen in twee gewrichten:
-    Humerus (bovenarm)
-    Ulna (ellepijp, onderarm)
-    Radius (spaakbeen)

De twee gewrichten van de elleboog zorgen voor:
-    Het kunnen buigen en strekken van de elleboog (gewricht tussen humerus en ulna)
-    Het kunnen draaien van de onderarm (gewricht tussen radius en ulna)

Bij beide bewegingen is het hebben van ongeveer 100 graden aan bewegingsvrijheid tenminste noodzakelijk voor het verrichten van de meeste dagelijkse bezigheden. Bij minder bewegingsvrijheid en/of het specifiek missen van een bepaalde beweeglijkheid spreken we van een stijve elleboog.


figuur 1: elleboog gezond

Wat zijn de oorzaken van een stijve elleboog?
Artrose
Soms is het kraakbeen in de elleboog versleten, wanneer dit het geval is dan spreekt men van artrose in de elleboog (zie figuur 2). Artrose kan, samen met de extra botvormig die met artrose gepaard gaat, zorgen voor een verstijving van de elleboog.
De oorzaak van artrose is vaak onbekend. Het laagje kraakbeen vermindert in hoeveelheid en kwaliteit wanneer men ouder wordt. Het kraakbeen kan uiteindelijk zelfs helemaal verdwijnen, de botten in de elleboog raken elkaar dan rechtstreeks aan.



Letsel
Een tweede reden voor het verstijven van de elleboog is na letsel zoals een verstuiking, breuk of operatie en/of na een langere periode van het minder gebruiken van de elleboog (door bijvoorbeeld een ander letsel of ziek zijn). De stijfheid ontstaat vaak door een combinatie van redenen waarvan nog niet alle oorzaken bekend zijn. In tegenstelling tot de verstijving bij artrose ligt hierbij de oorzaak vaak in de weke delen rond de elleboog (kapsel, banden, spieren en pezen).

Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Een stijve elleboog kan bij iedereen voorkomen. Bij oudere mensen ontstaat een stijve elleboog vaker zonder aanwijsbare reden dan bij jonge mensen.

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
De elleboog beweegt beperkt. Met name bij een beperkte buiging vormen dagelijks bezigheden als tandenpoetsen en haren kammen een probleem. Bij draaistijfheid is het opendraaien van de hand om iets aan te nemen of het gebruik van gereedschap als schroevendraaiers een probleem. Soms gaat de beperkte beweeglijkheid gepaard met pijn. Dit komt vaker voor bij artrose.

Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De orthopedisch chirurg neemt een anamnese af en voert lichamelijk onderzoek uit. Bij een anamnese stelt de orthopedisch chirurg gerichte vragen over de klachten, daarnaast wordt de medische geschiedenis van de patiënt besproken.

Voor het vaststellen van slijtage of extra botvorming is een röntgenfoto vaak al voldoende. Hierop is een afname van de dikte van het kraakbeen zichtbaar. De vorm van het gewricht wordt door de artrose onregelmatig en dat is op een gewone röntgenfoto ook goed te zien.

Welke onderzoeken worden gedaan?
Een röntgenfoto kan slijtage vaststellen. Een CT-scan wordt vaak gemaakt om de exacte locatie van de extra botvormig en de ernst van de artrose te bepalen.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Stijfheid van de elleboog kan wanneer het recent ontstaan is niet-operatief behandeld worden. Met name na een periode van minder gebruik door bijvoorbeeld gips is er een goede kans op goed herstel van de functie met een conservatieve behandeling.
Stijfheid door artrose wordt ook vaak conservatief behandeld (zie artrose elleboog). Operatieve behandelingen om stijfheid tegen te gaan bij artrose kan door een toegenomen beweeglijkheid van het versleten gewricht de pijn laten toenemen. Daarom wordt bij artrose vaak een conservatieve behandeling gekozen.

Fysiotherapie
In een beginnend stadium van stijfheid kan fysiotherapie bijdragen aan het herstel. Ook kunnen speciale (nacht)spalken er voor zorgen dat de functie behouden en uitgebreid kan worden.

Medicatie
Pijnstillers en ontstekingsremmers kunnen helpen om de functie van het gewricht te verbeteren en de pijn te verminderen. Daarnaast kan een injectie met verdovende vloeistof en een krachtige ontstekingsremmer (corticosteroïden) in de elleboog worden gegeven.
De kans op bijwerkingen na een injectie is laag. De eventuele pezen en het kraakbeen worden bewezen niet aangetast door een enkele injectie. 
Bij mensen met suikerziekte die insuline gebruiken kan de suikerwaarde na een injectie gedurende een kortere periode wat meer schommelen, het is daarom verstandig de eerste 48 uur na de behandeling het bloedsuiker vaker te testen en de insulinedosering hierop aan te passen.
Vrouwen kunnen opvliegers of een rood gelaat krijgen na een injectie, zelden ontstaat er vaginaal bloedverlies.

Operatieve behandeling

Mocht deze conservatieve behandeling niet het gewenste effect behalen, dan kan de orthopedisch chirurg samen met u besluiten tot een operatie. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden die afhankelijk zijn van de mate en de plek van de stijfheid.

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren elleboog wordt verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade), al dan niet in combinatie met algehele narcose. Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok toegediend door een prik in uw hals. Dit zorgt ervoor dat u tijdens, maar ook nog een aantal uren na de operatie minder tot geen pijn voelt. Deze pijnblokkade is meestal binnen 12 tot 24 uur uitgewerkt.

Tijdens de operatie
Nettoyage en een release, het losmaken van de elleboogHierbij wordt het gewricht schoongemaakt en losser gemaakt. De operatie wordt uitgevoerd via een open procedure of via een kijkoperatie (arthroscopie). Bij deze open procedure maakt de orthopedisch chirurg een of twee kleine snedes van ongeveer vier tot zes centimeter. Bij een kijkoperatie maakt hij twee à drie steekgaatjes van een centimeter, waardoor hij (na het opblazen van de schouder met water) een kijkbuisje en hulpinstrumenten kan inbrengen. De orthopedisch chirurg haalt bewegingsbeperkend littekenweefsel, kapsel en extra bot weg. Ook worden ruwe randen glad gemaakt. Dit vermindert de pijn en maakt meer beweging mogelijk. Uw orthopedisch chirurg bespreekt op de polikliniek welke behandeling u krijgt. De operatie duurt ongeveer 30 tot 60 minuten.

Hechtingen
De wond wordt altijd gehecht met oplosbare hechtingen; soms zullen er ook hechtpleisters op de huid worden geplakt. Na tien dagen mag u deze hechtpleisters zelf verwijderen, of anders via de huisarts. 

Na de operatie
Opnameduur
Voor een nettoyage en release van de elleboog blijft u in principe één nacht in het ziekenhuis, de opname is op de dag van de operatie. Soms kan er bij een uitgebreidere ingreep of intensievere nabehandeling gekozen worden een langer verblijf in het ziekenhuis.

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn:

  • Een nabloeding in de elleboog;
  • Een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie en in sommige gevallen wordt de wond gespoeld;

Een prikkeling of milde beschadiging van de ulnariszenuw, dit kan ontstaan door de operatie en de toegenomen beweeglijkheid. Deze complicatie is meestal tijdelijk. De klachten hiervan zijn hetzelfde als bij ulnaropathie

Contact opnemen
U neemt contact op met uw orthopedisch chirurg indien:

  • Een bloeding niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan hebt gedrukt;
  • U heftige pijn ervaart die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
  • Een infectie van de wond zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
  • Er sprake is van een abnormale zwelling of koorts;
  • Het gevoel en de beweeglijkheid in uw vingers, arm en schouder 24 uur na de ingreep nog niet volledig terug is. De pijnblokkade die u krijgt werkt namelijk maximaal 24 uur, daarna moet alles weer normaal functioneren.

U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370.
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.


Nabehandeling

Fysiotherapie
Het is de bedoeling dat u de elleboog actief oefent om het beste profijt van de release te hebben, dit gebeurt met begeleiding van de fysiotherapeut. Tijdens de opname wordt dit gedaan door de fysiotherapeut van het ziekenhuis en na ontslag via uw eigen fysiotherapeut. Gedurende de eerste 6 weken na de operatie zal er een intensief traject met de fysiotherapeut volgen om de beweging om gang te helpen en te behouden.

Revalidatie
De eerste 4-6 weken mag u niet zwaar tillen met de geopereerde arm, verder moet u de arm op geleide van de pijnklachten zo normaal mogelijk bewegen. U moet er rekening mee houden dat u na de operatie geen auto kunt rijden en niet mag fietsen gedurende 4 weken. Dit kan weer als u weinig pijn hebt en een goede controle over de arm en schouder hebt, zodat dit verantwoord is. Voor het herstel van deze ingreep moet u rekenen op een periode van 2 maanden tot een half jaar. Na een release kan de beweeglijkheid van de elleboog nog verbeteren tot 2 jaar na de ingreep.

Medicatie
Het is belangrijk om te weten dat een operatie aan de elleboog erg pijnlijk kan zijn. U krijgt daarom een recept voor goede pijnstillers mee. Ondanks deze pijnstillers kunt u de eerste weken na de operatie pijn voelen. Daarna wordt de pijn langzaam minder.

Controle
6-8 weken na de operatie komt u voor een controle afspraak bij uw orthopedisch chirurg.