Triggerfinger

Triggerfinger

Wat is een triggerfinger?
De triggerfinger, ook wel tenosynovitis stenosans of hokkende vinger genoemd, is een aandoening die veel voorkomt. Bij een triggerfinger is er sprake van een zwelling in één van de buigpezen van de vingers. Deze zwelling ontstaat door irritatie of ontsteking. De buigpezen moeten bij het bewegen van de vingers heen en weer glijden door een peesschede. De buigpeesschede is een soort tunnel die begint aan de basis van de vinger of duim aan handpalmzijde. Als er verstoring optreedt in de verhouding van grootte van de pees en de tunnel kan het zijn dat de pees niet meer soepel glijdt en knel gaat lopen. Hierdoor wordt het buigen en strekken van de vinger of duim bemoeilijkt en kan het bewegen met een schokje gaan verlopen. Dit verschijnsel heet ‘triggering’. De meest aangedane vingers zijn de ringvinger en de duim (men spreekt hierbij ook wel van een ‘hokkende duim’ of een triggerduim). De wijsvinger en de pink zijn nagenoeg nooit aangedaan. Een triggerfinger komt vaak voor in combinatie met het carpaal tunnel syndroom en vice versa. 

 



Wat zijn de oorzaken van een triggerfinger?
Een triggerfinger kan ontstaan na een zware inspanning, maar in veel gevallen is de oorzaak niet te achterhalen. Vaak is het zo dat u zich niet meldt bij de kliniek ten tijde van de ontsteking van de pees. Door het ontzien van de vinger is de ontsteking vaak tot rust gekomen en heeft u een relatief pijnloze triggerfinger.

 

Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Iedereen kan een triggerfinger krijgen maar de aandoening komt het meest voor bij vrouwen in de leeftijdscategorie van 45 tot 65 jaar. Tevens staat vast dat een triggerfinger vaker voorkomt bij mensen met reuma en suikerziekte (diabetes). 

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Een van de symptomen van een triggerfinger is dat de vinger alleen met moeite gestrekt kan worden en dan met een schok(je) recht komt. Soms zit er een pijnlijke verdikking in de handpalm of aan de duimbasis. In ernstige gevallen staat de vinger in buigstand vast en is strekken alleen mogelijk wanneer u de vinger daarbij helpt met de andere hand. Vaak geven mensen met een triggerfinger aan dat de aandoening in de ochtend erger is.


Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De diagnose wordt gesteld op basis van een consultgesprek en lichamelijk onderzoek. Er is sprake van strekken van de vinger vanuit buigstand met een schokje en soms zelfs van het ´op slot zitten´ van de vinger. 

Welke onderzoeken worden gedaan?
De arts controleert de buigpezen en kijkt of hier sprake is van pijn en zwelling, met name bij de ingang van de tunnel aan de basis van de vinger. Het makkelijk en pijnloos bewegen van de aangedane vinger sluit het aanwezig zijn van een triggerfinger uit.


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Rust
Een triggerfinger kan op diverse manieren worden behandeld. OCON geeft voorkeur aan de minst ingrijpende behandeling. Als blijkt dat de triggerfinger verband heeft met een bepaalde handeling, dan wordt gestart met het mijden van deze handeling.

Spalk
Een spalk kan uitkomst bieden. Op het moment dat de klachten langer dan zes maanden bestaan voldoet een spalk echter niet om de klachten te laten verdwijnen.

Medicatie / Injectie
Ook kunnen ontstekingsremmers een uitkomst zijn. De meest gebruikte behandelmethode is een injectie met een combinatie van een verdovende vloeistof en een krachtige ontstekingsremmer (corticosteroïden). Dit gebeurt direct bij het eerste kliniek bezoek. Deze injectie is enigszins gevoelig maar u bent daarna meestal binnen enkele dagen van de klachten af. Injectie in de aangedane peesschede geeft na maximaal drie injecties een lange termijn genezing in 60 - 92% van de gevallen.


Operatieve behandeling

Wanneer een niet-operatieve behandeling van de aandoening niet mogelijk is zal een operatie uitgevoerd worden.

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren vinger wordt meestal verdoofd met een regionaal pijnblok (Bierse blok). Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok toegediend via een infuusnaald in uw arm. De verdoving verspreidt zich door uw gehele arm, maar niet verder. Dit komt doordat de bloedvoorziening van de arm tijdelijk wordt afgesloten door een speciale opgeblazen band rond de arm. 

Tijdens de operatie
Helpt een injectie niet of onvoldoende, dan kan het bandje van de peesschede operatief doorgesneden worden. Deze ingreep is slechts in 10% van de gevallen nodig. Als u suikerziekte of diabetes hebt is de kans op genezing minder groot na een injectie, daarom kan in sommige gevallen eerder voor een operatie gekozen worden. 

Hechtingen
De wondjes worden gehecht met oplosbare hechtingen en/of met kleine hechtpleisters die op de huid worden geplakt. Na tien dagen mag u deze hechtpleisters zelf verwijderen. 

Na de operatie
Opnameduur
Een operatie aan een triggerfinger gebeurt altijd in dagbehandeling. 

Complicaties
Indien u suikerziekte heeft moet u na de injectie uw suikerspiegel wat vaker controleren omdat deze kan schommelen door de corticosteroïden.
Er bestaat een minimale kans op een infectie na een injectie. Er wordt dan een antibioticakuur voorgeschreven.

Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien:
-    er sprake is van een bloeding die niet stopt nadat u er 10 minuten tegenaan het gedrukt;
-    u heftige pijn hebt die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
-    er een infectie ontstaat van de wond die zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
-    er een abnormale zwelling of koorts ontstaat;
-    het gevoel en de beweeglijkheid in uw vingers, arm en schouder na 24 uur nog niet volledig terug is. De pijnblokkade die u gekregen hebt duurt maximaal 24 uur, daarna moet alles weer normaal functioneren.

U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370. 
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.  


Beweging
Het effect na een injectie kan al na enkele dagen merkbaar zijn, maar het duurt ongeveer zes weken voor het maximale resultaat bereikt is. Het is de bedoeling dat u rustig aan de vinger zoveel mogelijk buigt en strekt om de pezen  gaandeweg weer soepel te laten glijden. Ook na een operatie dient u direct te starten met het buigen en strekken van de vinger of duim. Deze beweging zorgt ervoor dat de pezen, die weer vrij kunnen bewegen, soepel blijven. 

Wondverzorging
Na een operatie krijgt u een verband dat u na 24 uur mag verwijderen. U moet de hand in deze periode zo veel mogelijk hoog houden. Wanneer het verband verwijderd is dient u te vermijden dat u uw handen lange tijd onder water houdt. Uw hand mag nat worden, maar het wondje mag niet weken. U kunt eventueel een pleister op de wond plakken.

Fysiotherapie
Na tien tot veertien dagen worden de hechtingen verwijderd. Wanneer het herstel van de hand dan uitblijft of achterblijft kan gestart worden met fysiotherapie (handtherapie). Uw fysiotherapeut kan u met onder andere oefeningen helpen het herstel te bespoedigen.

Controle
Wanneer u een injectie hebt gehad en er na zes weken toch nog klachten bestaan van de triggerfinger maakt u een controle afspraak met uw orthopedisch chirurg. 

Na een operatieve behandeling komt u na 6 - 8 weken voor controle bij uw orthopedisch chirurg.