Ulnaropathie

Wat is ulnaropathie?
Ulnaropathie is een aandoening waarbij er klachten zijn door beknelling van 1 van de drie onderarmszenuwen, de nervus ulnaris.

Ulnaropathie wordt ook wel ulnaris neuropathie genoemd, of cubitale tunnel syndroom als de beklemming meer specifiek bij de elleboog zit (dit is meestal het geval). De beknelling van de zenuw kan ook in de pols zitten, in het kanaal van Guyon.

 

 


Wat zijn de oorzaken van ulnaropathie?
De oorzaak van ulnaropathie is de beknelling van de zenuw. Vaak raakt deze zenuw zonder aanwijsbare oorzaak bekneld. Dit kan komen door regelmatige drukuitoefening op de zenuw. Ook het regelmatig buigen en strekken van de elleboog kan in verband gebracht worden met de aandoening. Bij de pols kan het komen door een afwijking aan de bloedvaten, een (oude) breuk van een handwortelbeentje (pisiforme) of door herhaald trauma (timmeren e.d.) 

Klachten en symptomen

In welke levensfase komt het voor?
Ulnaropathie kan in elke leeftijdsfase voorkomen. De aandoening komt vaker voor bij volwassenen dan bij kinderen.

Welke klachten en symptomen kan iemand hebben?
Patiënten ervaren bijna altijd gevoelloosheid en tintelingen in de pink en de ringvinger. Daarnaast gaat de aandoening vaak gepaard met het verlies van kracht in de hand. Ook pijn en kramp in de hand zijn symptomen die bij deze aandoeningen dikwijls voorkomen.

Diagnose en onderzoek

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
De orthopedisch chirurg neemt een anamnese af en voert lichamelijk onderzoek uit. Bij een anamnese stelt de orthopedisch chirurg gerichte vragen over de klachten, daarnaast wordt de medische geschiedenis van de patiënt besproken. Uiteindelijk zal verder onderzoek de eventuele aanwezigheid van ulnaropathie moeten bevestigen.

Welke onderzoeken worden gedaan?
Wanneer er sterk vermoed wordt dat er sprake is van ulnaropathie zal verder onderzoek uitgevoerd moeten worden om dit te bevestigen. Er kan een elektromyografie (EMG) uitgevoerd worden, hierbij wordt de elektrische activiteit van spieren gemeten door het activeren van zenuwen met behulp van kleine stroomstootjes. Ook wordt er een röntgenfoto van de elleboog en of pols gemaakt om afwijkingen aan de botten zoals artrose van de elleboog en pols. In bepaalde gevallen wordt er een aanvullende MRI scan geadviseerd. 


Niet-operatieve (conservatieve) behandeling

Rust/zenuw ontlasten
Patiënten krijgen meestal in eerste instantie het advies om de zenuw te ontlasten. Wanneer er sprake is van een lichte tot matige vorm van ulnaropathie kan het helpen om druk op en rek van de zenuw te voorkomen.
Er is weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar effectieve behandelingen bij een lichte tot ernstige vorm van ulnaropathie bij de elleboog. Ulnaropathie bij de pols kan worden behandeld met een spalk.

Aangepaste bewegingen
Om de zenuw in de elleboog te kunnen ontlasten zullen patiënten onder andere hun houding moeten veranderen. Ook kunnen aanpassingen voor op het werk noodzakelijk zijn. Patiënten krijgen adviezen als:

  • Zorg voor zo weinig mogelijk druk op de elleboog. Ga niet met uw armen over elkaar zitten: leg uw armen, met uw handpalm naar boven, op uw dijen wanneer u zit;
  • Vermijd buigen en (over)strekken van de elleboog;
  • Gebruik bij het telefoneren uw andere hand;
  • Maak, wanneer u veel en langdurig leest, gebruik van een standaard voor uw boek;
  • Zorg voor een goede werkomgeving: leg uw elleboog op een kussen op het bureau en let op de hoogte van het toetsenbord.

 

Operatieve behandeling

Wanneer een niet-operatieve behandeling faalt, of wanneer er sprake is van spierzwakte, dan kan een operatie worden overwogen. Bij deze operatieve behandeling wordt de zenuw vrij gelegd, dit wordt een ulnaris release genoemd. Het succespercentage van deze operatie ligt rond de 80-90%.

Voor de operatie
Anesthesie
De te opereren arm wordt meestal verdoofd met een regionaal pijnblok (een zenuwblokkade). Vlak voor de operatie krijgt u dit pijnblok toegediend door een prik bij uw sleutelbeen of oksel. Dit zorgt ervoor dat u tijdens, maar ook nog een aantal uren na de operatie geen pijn voelt. Deze pijnblokkade is meestal binnen 12 tot 24 uur uitgewerkt.

Tijdens de operatie
De operatie wordt uitgevoerd via een open procedure, hierbij maakt de orthopedisch chirurg een kleine snee van ongeveer twee tot vier centimeter. De operatie duurt ongeveer 30 minuten. 
Bij de elleboog kan in sommige gevallen de zenuw worden verlegd (dit wordt een transpositie genoemd) vaak in het geval van een zogenaamde recidief operatie (wanneer de klachten na een eerste operatie teruggekomen zijn en u de operatie voor de tweede keer moet ondergaan). 

Hechtingen
De wond wordt altijd gehecht met oplosbare hechtingen; soms zullen er ook hechtpleisters op de huid worden geplakt. Na tien dagen mag u deze hechtpleisters zelf verwijderen.

Na de operatie
Opnameduur
Een ulnarisrelease gebeurt meestal in dagbehandeling; u mag naar huis op de dag van de operatie.

Complicaties
Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn:

  • Een nabloeding;
  • Een infectie van de wond. Antibiotica wordt voorgeschreven afhankelijk van de ernst van de infectie en in sommige gevallen wordt de wond gespoeld;
  • Een tijdelijke toename van de prikkeling in de ringvinger en de pink;
  • Uitval van spieren. Dit is zeer zeldzaam en herstelt vaak spontaan.


Contact opnemen
Neem contact op met uw orthopedisch chirurg indien:

  • een bloeding niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan hebt gedrukt;
  • u heftige pijn ervaart die niet goed reageert op de pijnmedicatie;
  • een infectie van de wond zich uit in roodheid, zwelling, pijn en eventueel pus;
  • er sprake is van een abnormale zwelling of koorts;
  • het gevoel en de beweeglijkheid in uw vingers, arm en schouder 24 uur na de ingreep nog niet volledig terug is. De pijnblokkade die u krijgt werkt namelijk maximaal 24 uur, daarna moet alles weer normaal functioneren.


U kunt hiervoor tijdens kantooruren bellen met het secretariaat van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 3370.
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling van OCON, telefoonnummer: 088 - 708 5560.


Sling
Na een ulnarisrelease krijgt u een sling (draagband) aangemeten. Deze sling moet u enkele dagen dragen, met de hand goed hoog. Het geeft rust aan het geopereerde gebied. Het drukverband dat na de behandeling aangebracht is mag worden verwijderd na 2 dagen. 

Revalidatie
De eerste 2 weken mag u niet zwaar tillen met de geopereerde arm, verder moet u de arm op geleide van de pijnklachten zo normaal mogelijk bewegen. Fysiotherapie voor specifieke oefeningen is meestal niet nodig. U moet er rekening mee houden dat u na de operatie geen auto kunt rijden en niet mag fietsen gedurende 1-4 weken. Dit kan weer als u weinig pijn hebt en een goede controle over de arm en schouder hebt, zodat dit verantwoord is. Voor het herstel van deze ingreep moet u rekenen op een periode van 2 maanden tot een half jaar. De tintelingen en/of doofheid in de vingers zijn niet meteen over. 

Medicatie
Het is belangrijk om te weten dat een operatie aan de elleboog of pols pijnlijk kan zijn. U krijgt daarom een recept voor goede pijnstillers mee. Ondanks deze pijnstillers kunt u de eerste weken na de operatie pijn voelen. Daarna wordt de pijn langzaam minder. 

Controle
6-8 weken na de operatie komt u voor een controle afspraak bij uw orthopedisch chirurg.